Natuurgeneeskunde

De filosofie van de natuurgeneeskunde kan samengevat worden in drie hoofdpunten:

1. Elk organisme bezit de kracht om stoornissen te bestrijden en zich te herstellen. Er is in een organisme een natuurlijke neiging naar gezondheid, een door de natuur gegeven vermogen tot zelfhandhaving zonder dat daarvoor van buiten hoeft te worden ingegrepen. Dit zelfgenezend vermogen wordt ook wel ‘de innerlijke arts’ of physis genoemd.

2. Alle vormen van ziekte zijn terug te voeren op dezelfde oorzaak, namelijk een ophoping van afvalstoffen in het menselijk lichaam. Deze ophoping wordt veroorzaakt door onjuiste lichaamsgewoonten die jarenlang bestaan. De voornaamste achtergronden daarvan zijn verkeerde voeding, een slechte lichaamshouding en te weinig beweging, een onvolledige ademhaling en psychische spanningen.

3. Het lichaam streeft naar een optimale gezondheid van het individu. Acute ziekten moeten dan ook worden gezien als gerichte pogingen van het lichaam om de opgehoopte afvalstoffen te verwijderen. Elke acute ziekte is het resultaat van een genezings- en reinigingspoging van de natuur. De werkelijke ziekte is de abnormale samenstelling van de lichaamsvochten (onder andere bloed en lymfe) door een opeenhoping van afvalstoffen (slakken) en vergiften. Een chronische ziekte ontstaat, wanneer de natuurlijke kracht van het lichaam niet in staat is met een acute manifestatie op de ziekte te reageren. De afvalstoffen en vergiften krijgen dan de overhand en er ontstaat uiteindelijk een destructie van de weefsels en de organen. Men maakt in de natuurgeneeskunde onderscheid tussen een genezingscrisis en een ziektecrisis. Bij de genezingscrisis is de acute reactie het resultaat van het overwicht van de natuurlijke geneeskracht op de ziektetoestand. Er is dan een tendens naar herstel. Een ziektecrisis heeft een slechtere prognose. Dit is namelijk een acute reactie van het lichaam, welke het gevolg is van een overwicht van de ziektetoestand op de natuurlijke geneeskracht van het organisme. Behalve de hier genoemde basisprincipes van de natuurgeneeskunde staat in het natuurgeneeskundig handelen de eigen verantwoordelijkheid en de zelfwerkzaamheid van de mens voor ziek zijn en gezond zijn centraal. Ook de benadering van de gehele mens (de zieke) en niet een opdeling in lichaam en geest of een exclusieve aandacht voor zieke organen wordt in de natuurgeneeskunde benadrukt. 

Gezondheid 

Gezondheid wordt tegen deze achtergrond gedefinieerd als een toestand waarin het lichaam voldoende vitale krachten bezit om stoornissen (verontreiniging) in de vochthuishouding te kunnen elimineren. Ziekte (chronische ziekte) ontstaat wanneer de vitale krachten tekortschieten om het lichaam van afvalstoffen te ontdoen. Wat betreft de oorzaak van ziekte (uitgezonderd traumata) stelt de natuurgeneeskunde, dat deze het gevolg is van het schenden van de natuurwetten. De wetten kunnen bewust en onbewust door de patiënt zijn overtreden. Er kan ook sprake zijn van overtreding van de wetten door het voorgeslacht; dit is bij erfelijke aandoeningen het geval. Het schenden van de natuurwetten resulteert in afneming van de vitale krachten en ophoping van afvalmateriaal in de lichaamsvochten. Binnen de natuurgeneeskunde geeft het ziektemodel van de homotoxicologie een goed inzicht in de moderne humoraal- en celpathologie. Daarom volgt in het kort een overzicht van deze denkwijze. Het menselijk organisme kan beschouwd worden als bestaande uit een stroomsysteem van vloeistoffen, welke zich in een labiel evenwicht bevindt. Groepen van cellen en organen worden door de vloeistoffen omspoeld. Deze sappen zijn voor de levensprocessen zowel kwalitatief als kwantitatief onontbeerlijk. Opbouwstoffen voor en afbraakstoffen van de cellen zijn in opgeloste vorm in de vloeistoffen aanwezig. Belangrijke lichaamssappen zijn onder andere: bloed en lymfe, de afscheidingen van gal, darm, pancreas en speeksel. Door een wanverhouding van opgeloste stoffen kan het evenwicht in dit stroomsysteem ontregeld raken. Zulke stoffen worden in deze situatie mensengiften of homotoxinen genoemd. Aan elke ziekte liggen één of meer chemisch te definiëren homotoxinen ten grondslag.

Ziekte wordt volgens deze wijze gezien als een doelmatige reactie van het organisme om deze homotoxinen te ontgiften en uit te scheiden, of de schade toegebracht door het gif te compenseren.

Gezondheid is vrij zijn van homotoxinen of van beschadigingen door deze giften. Bij het onschadelijk maken van de homotoxinen onderscheidt men drie fasen.

In de eerste fase van de ziekte worden de normale uitscheidingswegen benut om de giftige stoffen kwijt te raken. Dit zijn met name de darmen, de nieren, de huid, de longen en het menstruele bloed. Zijn deze uitscheidingsorganen overbelast, dan worden de zogenaamde noodventielen opengezet. Dit zijn onder andere het traanvocht, het oorsmeer, het speeksel, het zweet, een lichte vorm van witte vloed en kliervocht uit de menselijke geslachtsorganen. Deze eerste fase wordt de excretiefase genoemd. Slaagt het lichaam er niet in de ziekmakende stoffen op deze manier in voldoende mate kwijt te raken, dan roept het andere hulpmiddelen in. Dit is in de eerste plaats een ontstekingsreactie en in de tweede plaats koorts. Deze fase heet de reactiefase. Een ontsteking is dus een biologisch doelmatige reactie van ons organisme om de homotoxinen onschadelijk te maken. De natuurgeneeskundige therapie streeft ernaar deze natuurlijke gang van zaken te ondersteunen. Het geven van antibiotica betekent het onderdrukken van de natuurlijke weerstand van het lichaam en is derhalve een onjuiste handeling, die leidt tot het ontstaan van chronische ziekten. 

De derde fase 

De derde fase is de depositiefase. Het is het organisme niet gelukt de giften via uitscheiding en ontsteking onschadelijk te maken. Ook in deze fase vertoont het lichaam een biologisch doelmatige reactie, namelijk het afzetten van de schadelijke stoffen in de hiërarchisch minst belangrijke weefsels. Dit gebeurt om vitale organen als hersenen, endocriene klieren, nieren en dergelijke te beschermen. Deze weefsels zijn bij voorkeur het bindweefsel, de spieren, de pezen en de gewrichten. Deze depositiefase is arm aan symptomen en wordt daarom ook wel de stille fase genoemd. De drie genoemde fasen die, afhankelijk van de giftigheid van de homotoxinen, elkaar snel of over een langere tijd opvolgen, vormen tezamen de moderne humoraalpathologie. Celbeschadigingen zijn dan nog niet opgetreden. Door ontgifting en uitscheiding tendeert het organisme naar genezing. Alle vroegere humoraal-therapeutische methoden ter bevordering van ontgifting en uitscheiding zijn hier dan ook uiterst doelmatig. Voorbeelden van veel beproefde methoden, die in de natuurgeneeskunde weer hun weg hebben gevonden, zijn: dieet, hydrotherapie, lichttherapie, luchttherapie, darmbaden, braakkuren, zweetbaden, bewegingstherapie, ademtherapie, massage, Spaanse-vliegpleisters, koppenzetten, aderlating, enzovoort.



Contact