Oosterse geneeskunde

Het yin-yang principe in de oosterse geneeskunde 

De oosterse geneeskunde is de toepassing van oosterse filosofieën op de biologie en de fysiologie van de mens. De oosterse filosofie gaat uit van het yin-yang principe. Yin en yang zijn antagonistische en tegelijkertijd complementaire krachten. Yin is de middelpuntzoekende kracht (centripetaal) en yang de middelpuntvliedende kracht (centrifugaal). Deze dynamische tegenstelling vinden we terug in alle facetten van het bestaan. Ook ons lichaam en onze geest worden beheerst door deze elkaar aanvullende krachten. Wanneer er evenwicht tussen de polariteiten bestaat, zijn we gezond. Is er verstoring van deze balans, dan is er sprake van ziekte. De verhouding tussen yin en yang wordt weerspiegeld in de levensenergie, die chi wordt genoemd. Chi stroomt in het lichaam door specifieke kanalen, die meridianen worden genoemd. Men onderscheidt twaalf hoofdmeridianen, die elk corresponderen met een inwendig orgaan. In zes van deze organen met bijbehorende meridianen domineert de yin-energie (longen, milt, hart, nieren, lever, ‘meester van het hart’), in de overige zes (dikke darm, maag, dunne darm, urineblaas, galblaas en ‘drievoudige verwarmer’) de yang-energie.



Contact