Sjamanisme

De drie niveaus van Sjamanisme 

Hoewel elke cultuur haar eigen inkleuring heeft wat betreft mythologie, methoden en technieken kan men een aantal basisprincipes formuleren voor het traditionele sjamanisme. Het sjamanistische wereldbeeld is opgebouwd uit drie niveaus: de bovenwereld of hemel, de middenwereld of aarde en de onderwereld of de lagere wereld.

Het beeld van de drie werelden moet niet slechts geografisch worden geïnterpreteerd, maar deels worden gezien als een metafoor. De bovenwereld is die van de engelachtige wezens, van de geesten, van de overledenen en van de goden. De bewoners van deze wereld stralen wijsheid uit en ze geven de bezoeker inzicht. De middenwereld betreft de aardse dagelijkse realiteit, maar is meer dan alleen materie. Bomen en dieren kunnen spreken en als bezoeker kun je ermee communiceren. In de middenwereld bestaan heden, verleden en toekomst naast elkaar. De lagere wereld is die van de krachtdieren en van de doden, die niet naar de hogere wereld zijn gereisd. In de lagere wereld wordt veel kennis over genezing bewaard.

De standpunten van Sjamanisme 

Naast deze driedelige kosmos gaan sjamanistische culturen ervan uit dat alles om ons heen bezield is. Niet alleen de mens en het dier, maar ook de plant, de steen, de stoel, de aarde en de sterren. Alles heeft een ziel en met alles is een persoonlijke relatie mogelijk. Uitgaande van dit standpunt is alles en iedereen onderling verbonden. Het derde principe van traditioneel sjamanisme is het geloof in een bestaan na de dood, soms in reïncarnatie.

Men gaat ervan uit dat er naast de werkelijkheid waarin wij leven, een onzichtbare werkelijkheid bestaat, waartoe de sjamaan toegang krijgt door in trance te gaan. Sjamanen reizen door de drie werelden op zoek naar kennis, kracht en een beter begrip van de realiteit. Een vierde kenmerk van het sjamanisme is de intensieve en respectvolle relatie met de natuur en de natuurkrachten. Bijzondere krachten worden toebedeeld aan de ons omringende natuur, zoals bomen, rotsen, rivieren en natuurkrachten (wind, regen en bliksem). 

Neo-sjamanisme 

Het neo-sjamanisme is ruim twintig jaar oud. De uitgangspunten van dit moderne sjamanisme verschillen nauwelijks van die van het traditionele sjamanisme. Men stelt dat de hierboven beschreven basisprincipes een universeel karakter hebben. Zij gaan niet alleen op voor natuurvolken op afgelegen delen van de wereld, maar ook voor de westerling, de bewoner van de grote stad. Sjamanisme berust volgens deze opvatting op algemeen menselijke vermogens en het beantwoordt aan fundamentele behoeften van de mens, ongeacht cultuur, plaats en tijd. Kernbegrippen van het neo-sjamanisme zijn:

– ieder mens is in principe in staat in een andere staat van bewustzijn te geraken door in trance te gaan;

– via de trance kan de mens toegang krijgen tot andere werelden, die niet toegankelijk zijn in een gewone staat van bewustzijn;

– de mens kan informatie en kennis verzamelen in die andere werelden, die nuttig is voor zichzelf en anderen. Ook de moderne sjamaan reist door de lagere en hogere wereld om contact te leggen met de geesten en de krachtdieren. Zij geven hem instructies die hij kan gebruiken bij het behandelen van ziekten of bij het nemen van belangrijke beslissingen. Moderne sjamanen nemen vaak in hun werk ook elementen op uit traditionele godsdiensten, uit de psychologie/psychotherapie en uit een aantal alternatieve geneeswijzen. 

Ziekteopvatting in Sjamanisme 

In het sjamanisme worden lichaam, ziel en geest als een eenheid beschouwd. De natuur en de spirituele wereld zijn onlosmakelijk met deze eenheid verbonden. Ziekte wordt gezien als een verstoring van het evenwicht tussen mens, natuur en spirituele wereld. Het werk van de sjamaan bestaat uit het herstel van de balans tussen patiënt, natuur en de spirituele wereld. Het neo-sjamanisme is niet afkerig van de reguliere geneeskunde. Beoefenaars vinden dat de reguliere geneeskunde in gebreke blijft als het gaat om de spirituele component. Enkele termen zijn van belang voor een goed begrip van het (neo-)sjamanisme.

Geesten 

Onder geesten verstaat men bewuste, intelligente en communicatieve wezens, die onzichtbaar zijn voor de gewone mens. De geesten zwerven rond op bepaalde plaatsen in de alledaagse wereld, de bovenwereld en de lagere wereld. Er zijn geesten van de natuur van de dieren, van de overledenen en van de goden. Sjamanen hebben met verschillende soorten geesten contact. Zij krijgen van hen instructies hoe ze de gemeenschap het beste kunnen dienen.

Krachtdieren 

Sjamanen zien dieren als intelligente wezens, die de planeet delen met de mens en hem voedsel, kleding, gereedschap, medicijnen en vriendschap kunnen geven. Dieren zijn in het sjamanisme vaak ook de leraren voor spirituele wijsheid. De helpende geest van de sjamaan in de vorm van een dier heet krachtdier. Het is een niet-fysieke entiteit met de gestalte van een dier. Het geeft de sjamaan raad en bewaakt en begeleidt zijn visionaire werk. Het woord kracht slaat niet op fysieke kracht maar op de kracht en steun die het dier geeft aan de sjamaan.

Een krachtdier is niet zozeer een specifiek dier, het vertegenwoordigt de essentie van een bepaalde diersoort. Krachtdieren zijn gidsen in de andere werelden. Zij geven bescherming, energie en genezing. Een opmerking waarom winti en islamitische geneeskunde volgens sommigen niet tot het sjamanisme kunnen worden gerekend. Het geloof in geesten treft men in alledrie de stromingen aan. Het reizen in trance naar de wereld van de geesten is een centraal kenmerk van het sjamanisme. Dit komt niet voor bij de andere stromingen.

Bij winti raken de beoefenaars in trance om vervolgens door de geesten te worden bezeten. In de islamitische geneeskunde wordt de patiënt soms in trance gebracht. Via de patiënt worden geesten (djinns) opgeroepen, maar soms ook de geest van nog levende personen. De genezer krijgt, na overleg met de geesten, aanwijzingen voor het oplossen van de ziekte. 



Contact