Paranormale geneeskunde

Paranormale geneeskunde al de oudste therapie die de mensheid kent 

De paranormale geneeskunde is eeuwenoud, waarschijnlijk is het een van de oudste therapieën die de mensheid kent. In vrijwel alle culturen treft men de archetypische figuur van de ‘genezer’ aan. China, India, Mesopotamië, Egypte en Israël kenden scholen op dit gebied, ieder met een eigen taakopvatting en traditie. Ook in Europa kenden de Kelten, de Germanen en later de Grieken en de Romeinen mensen die hun paranormale krachten aanwendden ter genezing van anderen. Een variant op deze geneeswijze is de zogenaamde ‘royal touch’. Dit is het gebruik, dat koningen en priesters op hoogtijdagen zieken aanraakten, die daarna vaak van hun klachten waren verlost. 

De ideeën van Paracelsus 

Vanuit de Middeleeuwen komen vooral de ideeën van Paracelsus (1493-1541) naar voren. Hij poneerde een theorie over ziek zijn en gezond zijn, waarin een allesdoordringende levenskracht centraal stond. Geïnspireerd door deze theorie bouwde de Oostenrijkse arts Franz Anton Mesmer (1734-1815) de ideeën van Paracelsus uit tot het zogenaamde ‘mesmerisme’. Deze leer vormt de grondslag van de huidige paranormale geneeskunde. Mesmer studeerde in Wenen theologie, filosofie en geneeskunde. In 1760 promoveerde hij op het proefschrift De influxu planetarum in corpus humanum (over de invloed van de hemellichamen op het menselijk lichaam). Hierin treffen we de grondbeginselen aan van zijn latere leer. Het woord magnetiseren is afkomstig van Mesmer. Hij meende dat zijn genezingen werden teweeggebracht door de magneet die hij bij de behandeling gebruikte (mineraal magnetisme). Later bleek dat deze genezingskracht ook via de handen kon worden overgebracht (animaal magnetisme). Mesmer behaalde grote successen met zijn therapeutische inzichten, die aan diverse Europese universiteiten als moderne wetenschap werden gedoceerd.

De Franse revolutie 

Mesmer ondervond echter ook grote weerstanden van een deel van zijn vakbroeders. In de Franse revolutie speelde het ‘mesmerisme’ een politieke rol als een perspectief op een nieuwe maatschappij met andere normen en waarden dan het rationalisme. Aanvankelijk vond de leer van Mesmer weinig weerklank in Nederland. In 1812 kwam daar verandering in. In dat jaar werd het werk van Kluge over het mesmerisme in het Nederlands vertaald onder de titel Proeve eener voorstelling van het dierlijk magnetisme als geneesmiddel. Een andere belangrijke stimulans vormde Bijdrage tot den tegenwoordigen staat van het animalisch magnetismus in ons vaderland (1814) van de hand van drie Groningse medici: G. Bakker (hoogleraar in de geneeskunde), H. Wolthers (doctor in de geneeskunde) en P. Hendriksz (chirurgijn). Zij verklaarden dat het magnetisme grote mogelijkheden biedt, ook bij moeilijk of niet te genezen aandoeningen. Bakker noemde het dierlijk magnetisme ‘eene imponderabile stoffe, niet onwaarschijnlijk dezelve, die in ons zenuwgestel werking en leven verspreidt en vergeleken kan worden met het galvano electrisch of met licht of warmte’. De Nederlandse medische wereld was onder de indruk van het magnetisme, vele artsen publiceerden over dit onderwerp.

Alleen de kerken waarschuwden tegen het duivelse magnetisme. Niet alleen artsen, maar ook in toenemende mate leken beoefenden het magnetiseren. Hoewel er van overheidswege de mogelijkheid bestond te behoren tot de ‘personen door Zijne Majesteit tot uitoefening van het magnetismus gerechtigd zijnde’, kwam er meer verzet tegen de leken-magnetiseurs. De theorie van Mesmer werd rond 1840 steeds meer verdrongen door een nieuw opkomende psychologische school, het hypnotisme. In die tijd magnetiseerde men voornamelijk door de patiënt in een somnambule toestand te brengen, een toestand waarin de patiënt een diagnose betreffende zijn eigen kwaal kon stellen en de daarbij passende therapie kon aangeven. Hypnotiseurs bleken bij proefpersonen dezelfde soort verschijnselen te kunnen opwekken als magnetiseurs. Hieruit werd de conclusie getrokken dat de fluïdetheorie van Mesmer overbodig was. In 1865 werd de wet van Thorbecke aangenomen, waardoor aan leken-magnetiseurs juridisch de mogelijkheid werd ontnomen te praktiseren. Ook het aantal artsen-magnetiseurs nam na 1865 snel af. 

Mesmerisme 

Ondanks deze tegenslagen bleef het mesmerisme bestaan en in de tweede helft van de 19e eeuw ontstond er een nauwe band tussen de paranormale geneeswijze en de spiritistische beweging. Dit verband met het spiritisme werd na de Eerste Wereldoorlog steeds losser. Het magnetiseren van patiënten verdrong het somnambulisme. De somnambule toestand werd gereserveerd voor de spiritistische praktijk. Aan het eind van de vorige eeuw ontstond zowel bij mesmeristen als bij spiritisten in toenemende mate behoefte aan wetenschappelijk onderzoek. Voormannen van beide stromingen legden dan ook de grondslag voor de parapsychologie. In Nederland moeten op dit gebied vooral worden genoemd H.N. Fremery (overleden in 1940) en ir. F. Ortt (1866-1959). In 1915 werd de ‘Nederlandse vereniging voor psychisch onderzoek en toegepast magnetisme’ opgericht door de Amsterdamse hoofdonderwijzer L. Groeneweg. Ook de eerste docent in de parapsychologie, dr. K.H.E. de Jong, was bij deze vereniging betrokken. Deze goed opgezette vereniging was een eerste poging om te werken aan een professionalisering van de paranormaal therapeuten. De vereniging verdween in de Tweede Wereldoorlog.

In de jaren vijftig werden veel therapeuten blootgesteld aan gerechtelijke vervolging. Er bestond een voortdurende dreiging om te worden opgepakt als men als niet-arts zich bezighield met de paranormale geneeskunde. In de jaren zestig nam het aantal rechtszaken sterk af en in de jaren zeventig was er vrijwel geen sprake meer van vervolging. In 1948 werd de ‘Nederlandse Werkgroep voor praktische toepassing van Paranormale Begaafdheid’ (NWP) opgericht. Initiatiefnemer was de in 1980 overleden G. Croiset. In 1965 werd de naam van deze organisatie (maar niet de afkorting) veranderd in ‘Nederlandse Werkgroep van Praktizijns’. Met deze naamsverandering koos men voor een koers waarbij binnen de vereniging niet alleen magnetiseurs, maar ook andere beoefenaars van natuurgeneeswijzen een plaats konden krijgen. In 1960 werd de NFPN, Organisatie van Paranormale Genezers opgericht (voorheen Nederlandse Fusie van Paranormale en Natuurgenezers). Deze vereniging richt zich alleen op beoefenaars van de paranormale geneeskunde. Naast de NFPN bestaat de NVGN (Nederlandse Vereniging voor Geestelijke en Natuurgeneeswijze, opgericht 1966). In deze vereniging is een duidelijker plaats voor de religieuze aspecten van de magnetiseur ingeruimd. In 1979 is opgericht de VPG (Vereniging voor Paranormale Geneeswijze). Deze is inmiddels opgegaan in de NFPN De NFPN en de NVGN hebben hun belangen samen met de NOPT (Nederlandse Organisatie voor Paranormaal Therapeuten) en de SBPG (Stichting tot Bevordering van de Paranormale Geneeswijze) gebundeld in Het Verbond van Beroepsorganisaties Paranormale Geneeswijzen. Sinds 1975 bestaat verder de uit Engeland afkomstige beweging ‘Friends of White Lodge’, die meer het accent legt op het feit dat het paranormaal genezen ook bij jezelf is te ontwikkelen. De afgelopen decennia is er een grote belangstelling ontstaan voor reiki, healing en andere intuïtieve benaderingen. Dit komt tot uiting in het grote aantal organisaties en opleidingen op dit gebied.



Contact