Gebedsgenezing

Genezing door te bidden 

Vrijwel alle culturen en wereldgodsdiensten kennen een vorm van genezing door gebed. De oude Egyptenaren vereerden Imhotep, de halfgod, die zorgde voor het genezen van zieken. De Grieken bouwden ‘incubatietempels’, waarin zieken een nacht vertoefden, in de hoop dat de goden hen zouden genezen. Ook uit de Indische cultuur van 1000 tot 100 jaar voor Christus worden wonderlijke genezingen vermeld door concentratie op Boeddha of Krishna. In dit hoofdstuk zal slechts worden ingegaan op de geschiedenis van het christendom in relatie tot de Nederlandse gebedsgenezing.

Het meest bekend om zijn genezingen in de geschiedenis is Jezus van Nazareth. De meeste van de genezingswonderen die door Jezus werden verricht, worden beschreven in het evangelie van Lucas. Lucas, die zelf geneesheer was, geeft in zijn evangelie twintig genezingen weer, waaronder de genezing van tien melaatsen (Lucas 17:11-19) en het herstel van het door Petrus afgeslagen oor van Malchus (Lucas 22:51). Ook zijn discipelen gaf Jezus opdracht genezingen te verrichten. Na de dood van Jezus zetten de apostelen het genezingswerk voort. In de eerste gemeenten van de christelijke kerk werden ook diakenen en oudsten ingeschakeld bij het genezen van zieken. Er zijn kerkhistorici, die opmerken dat het christendom zich in de eerste eeuwen na Christus vooral uitbreidde door het grote aantal genezingen dat werd verricht. Ook wordt gezegd, dat de ware kerk zich onderscheidde van allerlei gnostische sekten door zieken te genezen en armen te helpen. Augustinus (354-430) vermeldt op verschillende plaatsen dat mensen als door een wonder werden genezen.

Gebedsgenezing door de jaren heen 

In de loop der eeuwen verschoof het accent van de genezing van het lichaam naar het behoud van de ziel. Desondanks zijn er in de literatuur talrijke verwijzingen dat heiligen uit de katholieke kerk genezingen verrichtten door gebed. Het verval van de kerk leidde ertoe, dat in de Middeleeuwen de dienst der genezing in belangrijkheid afnam en de zalving ter genezing werd een sacrament ter voorbereiding op de dood (laatste oliesel). In de zeventiende eeuw vestigden de quakers (George Fox) opnieuw de aandacht op de genezing door gebed. Een eeuw later waren het de methodisten (John Wesley) die gebedsgenezing propageerden. Een sterke impuls kreeg de gebedsgenezing in de negentiende eeuw. Op 11 februari 1858 kreeg de veertienjarige Bernadette Soubirous een visioen, waarin de Heilige Maagd Maria haar een bron wees. Dit gebeurde in Lourdes. De katholieke kerk, die zich aanvankelijk van het gebeuren distantieerde, bouwde er een basiliek. Vanaf 1870 ging een grote stroom pelgrims, zieken en gezonden naar Lourdes ter sterking van het geloof. Vanuit Nederland gaan er jaarlijks nog tienduizenden mensen naar Lourdes. 

Christian Science 

Een andere impuls kwam vanuit Amerika, waar Mary Baker Eddy de Christian Science oprichtte (1879). Door het grote aantal genezingen dat deze groep claimde, werden de kerken gedwongen tot bezinning wat betreft de gebedsgenezing. De derde impuls kwam uit Möttlingen en later uit Bad Boll, waar vader en zoon Blumhardt vele duizenden zieken zouden hebben genezen. Pas rond 1930 werd de ‘Möttlinger-beweging’ in ons land bekend. Na de Tweede Wereldoorlog nam de belangstelling voor gebedsgenezing toe. In Engeland bundelden alle werkgemeenschappen zich voor de dienst der genezing in 1944 in ‘Churches Council of Healing’. Ook de British Medical Association, de organisatie die in Nederland de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst heet, maakt hier deel van uit. In Amerika werd in 1932 de Lucasorde opgericht, die haar vertakkingen over de gehele wereld heeft. Ook in Nederland is er een afdeling. Het is een oecumenische gemeenschap die gelooft dat de opdracht tot genezing ook nu nog voor de kerk geldt. 

Miss Elaine Richards 

In 1951 sprak Miss Elaine Richards, lid van de Engelse kerk, op vele plaatsen in ons land over de dienst der genezing. Het hoogtepunt van haar verblijf in Nederland was de week der genezing in de Bethlehemkerk in Den Haag. Ook zieken werden de kerk ingedragen. Vijfendertig mensen getuigden hier te zijn genezen. Hermann Zaisz, fabrikant in Duitsland, trok in 1952 overvolle kerken met zijn prediking over de verlossing van ziel en lichaam. Hij was een representant van de zogenaamde Wuppertal-beweging, oorspronkelijk bij de Lutherse kerk behorend, maar later afgesplitst. De meeste aandacht in ons land kreeg in 1958 de Amerikaan T.L. Osborn. Hij behoort tot de pinksterbeweging, die in het begin van de vorige eeuw in Amerika ontstond en waarin genezing van zieken steeds centraal heeft gestaan. Osborn hield een tiendaagse campagne in Den Haag (Malieveld) en Groningen. Op sommige avonden sprak hij voor 100.000 mensen over het evangelie. Veel mensen kwamen tot het geloof of claimden genezing van hun kwalen. 

Belangrijke personen 

Johan Maasbach (overleden 1997) die tolk was voor Osborn, stichtte in heel Nederland pinkstergemeenten. In deze gemeenten neemt de dienst der genezing een belangrijke plaats in. Zijn zoon David Maasbach leidt nu het werk vanuit het Capitol Evangelie Centrum in Den Haag (een voormalig, 1000 zitplaatsen tellend, theater). Ben Hoekendijk trok vanaf de jaren zestig met genezingscampagnes door ons land en stichtte de organisatie ‘Opwekking’. Samen met Peter Vlug organiseerde hij jarenlang de pinksterconferenties in Vierhouten, waar duizenden mensen aan deelnamen. De huidige directeur van ‘Opwekking’ is Joop Gankema. De conferenties worden op Walibi- Flevo georganiseerd. In Leiderdorp stichtte Jan Zijlstra, een voormalig pinkstervoorganger, de ‘Levensstroom- gemeente’. Hij houdt door heel Nederland genezingscampagnes. Behalve de drie hier genoemde centra is in vrijwel alle evangelische- en pinkstergemeenten de dienst der genezing onderdeel van het pastoraat en de eredienst. De rooms-katholieke kerk kent een charismatische stroming, waarbinnen de dienst der genezing veel aandacht krijgt. De priester Jowan de Kever zet zich in voor de dienst der genezing in de katholieke kerk. Er is een organisatie ontstaan onder de naam ‘Talitakumi’ (meisje, sta op), die weekends organiseert om mensen te helpen op weg naar genezing.

Protestantse kerken en gebedsgenezing 

De protestantse kerken staan nogal ambivalent tegenover de gebedsgenezing. In 1946 stichtte ds. W.A. Plug het pastoraal centrum de ‘Hezenberg’ in Hattem. In 1953 werd daar de eerste Europese conferentie over healing gehouden. Nog steeds vindt hier de dienst der genezing plaats. De synode van de hervormde kerk publiceerde in 1959 een rapport ‘vragen rondom de gebedsgenezing’ waarmee een voorzichtige opening werd gemaakt naar de dienst der genezing. Het is vooral het werk geweest van de Nederlandshervormde predikant Pieter van Leeuwen (1910-1997) en de gereformeerde predikant Karel Kraan (1912-1982), dat er binnen de protestantse kerken aandacht is ontstaan voor de dienst der genezing. In Den Haag werd jarenlang voor Pinksteren de week der genezing gehouden en waren er diensten met handoplegging. In Rotterdam startte het ‘Oasecentrum’ en sinds 1966 ontstonden door het hele land ‘Oase-diensten’. Deze waren interkerkelijk van karakter en er was gelegenheid voor voorbede en handoplegging. De gereformeerde kerken publiceerden in 1992 het rapport ‘de kerk als helende gemeenschap’ waarin wordt bepleit dat plaatselijke kerken ruimte geven aan de dienst der genezing. In menige protestantse kerk is het thans mogelijk handoplegging of ziekenzalving ter genezing te ontvangen.

In de protestantse kerken heeft de Haagse predikant Robert van Essen een belangrijke rol in de dienst der genezing gespeeld. Met de komst van vluchtelingen en immigranten zijn er in ons land kerkelijke gemeenschappen ontstaan uit Indonesië, Afrika en Latijns-Amerika. Vooral in kerken van Afrikaanse origine is gebedsgenezing een vanzelfsprekend onderdeel van hun geloof. Er zijn in Nederland verschillende artsen, onder wie een aantal psychiaters, die de medische en bijbelse genezing willen combineren. Zij zijn voor een deel aangesloten bij de Lucasorde. 



Contact