Kuuroorden/hydrotherapie

De badkunst 

Waterbehandelingen werden reeds door Hippocrates en Galenus systematisch toegepast. Deze klassieke geneesheren stelden, dat koude baden noodzakelijk waren voor het behoud van de gezondheid. ‘Koud water’, zo stelden ze op schrift, ‘werkt toniserend en sterkt de natuurlijke geneeskracht van het organisme.’ In Sparta was elke jongeling verplicht zich door koude baden te harden. Ook de oude Egyptenaren kenden de heilzame werking van water. Overblijfselen van groots opgezette Romeinse badhuizen (balneae) wijzen op de betekenis welke de toepassing van water toentertijd had.

Hoewel het baden niet louter meer uit gezondheidsoverwegingen plaatsvond – de badkunst werd een soort vermakelijkheidsspel –, waren gedeelten van de badhuizen ingericht op de toepassing van water als therapie (geneeskrachtige bronnen, zeebaden, enz.). Later voerden de christenen bezwaren aan tegen de badplaatsen, die vaak broeinesten waren van onzedelijkheid. Mede hierdoor, maar ook doordat via de badhuizen infectieziekten (o.a. syfilis) werden overgebracht, raakten de watertoepassingen in de Middeleeuwen op de achtergrond.

Hydrotherapie

In de achttiende eeuw werd de hydrotherapie door de Duitse artsen Sigmund Hahn (1664-1742) en diens zoon Johann Sigmund Hahn (1696-1773) opnieuw ontdekt. Overigens had ook Boerhaave (1668-1738) gewezen op de betekenis van de hydrotherapie. Vincent Priessnitz (1799-1851), die van deze herontdekking niet op de hoogte was, kreeg later een grote naam als waterdokter. Hij was analfabeet en werkte bij zijn blinde vader op de boerderij in de buurt van Freiwaldau (Duitsland). Het was hem eens opgevallen, dat een hert dat gewond was geraakt, zich genas door de wond steeds onder een straal water te houden, die uit de bergwand kwam. Met dit voorbeeld uit de natuur in zijn hoofd begon hij patiënten met succes met water te behandelen. Priessnitz opende in 1828 een kliniek voor hydrotherapie in Grafenberg (Silezië). Zonder op de hoogte te zijn van de successen van Priessnitz startte ook pastoor Sebastiaan Kneipp (1821-1897) een praktijk als hydrotherapeut in Wörishofen (Beieren). 

Aanleiding 

De aanleiding om zijn kerkelijk ambt te combineren met een genezerpraktijk zou het feit geweest zijn, dat hij op achtentwintigjarige leeftijd ernstige multiple longbloedingen had, die werden genezen door regelmatig baden in het koude water van de Donau. Hij ontwikkelde de Kneipp-methode, die inmiddels klassiek is geworden in de hydrotherapie en kuuroorden. De waterbehandeling volgens Kneipp heeft meer mogelijkheden voor individuele aanpassing dan de vrij harde hydrotherapie volgens Priessnitz. Bovendien combineerde Kneipp zijn behandeling met beweging, geneeskrachtige kruiden en voedingsadviezen. Andere personen die zich op dit gebied verdienstelijk hebben gemaakt zijn Rikli, Kuhne en Schroth.

Het werk van al deze niet-artsen werd in het begin van deze eeuw wetenschappelijk onderbouwd door de Weense hoogleraar Wilhelm Winternitz. Er zijn na deze opleving in de toepassing van water bij ziekten in grote lijnen twee stromingen ontstaan. De natuurwetenschappelijke hydrotherapie, zoals die door artsen als Winternitz en Stasser in Wenen werd ontwikkeld, richtte zich vooral op veranderingen in de bloedcirculatie, erytrocytenaantal en temperatuur na het behandelen met water. De andere stroming, die van de natuurgeneeskunde, gaat veel meer uit van de uitscheiding van schadelijke stoffen door huid en darmen en sluit daarmee aan bij de klassieke humoraalpathologie en de moderne homotoxineleer. Behandelingen met water worden thans in ruime mate toegepast in de honderden kuuroorden in het buitenland (Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Roemenië, Frankrijk, Slowakije en Tsjechië). In Europa zijn ruim 2500 kuurcentra, de meeste daarvan liggen in Oost-Europa. De belangstelling voor deze centra, die vroeger vooral uit de hogere kringen kwam en voornamelijk op ontspanning was gericht, neemt sterk toe vanuit alle lagen van de bevolking. De plaatsen zijn veel meer dan vroeger medische gezondheidscentra geworden. 

Oude kuuroorden 

Voor de Tweede Wereldoorlog waren er in Nederland verschillende kuuroorden, onder andere in Laag Soeren (van Breukelerwoord), Scheveningen (dr. Daniël de Niet) en Ginniken (dr. S.M.C. Soer). Tot voor kort bestond er nog een kuuroord in Huizen (dr. Schuurmans) en één op Schiermonnikoog. Thans zijn er kuuroorden in Nederland in Nieuweschans (Fontana), in Bad Valkenburg (Thermae 2000), Arcen (Klein Vink) en Nijmegen (Sanadome). Daarnaast heeft vrijwel iedere fysiotherapie-afdeling in een ziekenhuis of verpleegtehuis in beperkte mate mogelijkheden voor hydrotherapie. België kent nog verschillende instituten voor hydrotherapie en balneotherapie; een drietal daarvan, ‘Hydro-instituut’ en ‘Zonnige Uren’ te Oostende en ‘Les Heures Claires’ in Spa zijn erkend door het Belgische Ministerie van Volksgezondheid. 



Contact