Oosterse geneeskunde

Varianten op de Chinese geneeskunde 

De Chinese geneeskunde heeft een lange geschiedenis. Zie voor de beschrijving van de vroege geschiedenis het hoofdstuk over acupunctuur. De Chinese geneeskunde verbreidde zich vanaf de derde eeuw na Christus vanuit China naar omringende landen. In verschillende buurlanden ontstonden varianten op de Chinese geneeskunde. Op deze wijze ontwikkelden zich onder andere de traditionele Koreaanse geneeskunde, de Vietnamese geneeskunde en de Japanse geneeskunde. In de Tibetaanse geneeskunde zijn invloeden van zowel de ayurveda als de Chinese geneeskunde terug te vinden. Na de introductie van de westerse geneeskunde in China in de negentiende eeuw raakte de traditionele geneeskunde in verval. Door Mao werden in de jaren vijftig niet alleen traditionele waarden hersteld, maar ook de Chinese geneeskunde. In 1955 werd ‘The Academy of Traditional Chinese Medicine’ opgericht. Het is een instituut waar onderzoek en ontwikkeling van de Chinese geneeskunde wordt gecoördineerd. In alle grote steden kwamen scholen en ziekenhuizen voor traditionele en westerse geneeskunde.

Beide vormen van geneeskunde kregen gelijke rechten. In het huidige China streeft men naar een medische infrastructuur waarbij beide systemen naast elkaar kunnen bestaan en elkaar over en weer kunnen bevruchten. Hoewel er al in de zeventiende eeuw vanuit het Westen belangstelling was voor Chinese geneeskunde, kwam de grote doorbraak na het bezoek van Nixon (1971) aan China. Ook in Nederland is er sinds die tijd toenemende aandacht voor deze geneeskunde uit het Oosten. Aanvankelijk alleen voor acupunctuur en de laatste vijftien jaar voor het hele diagnostische en therapeutische arsenaal van de traditionele oosterse geneeskunde.

Waren er in de jaren tachtig alleen opleidingen die zich tot acupunctuur beperkten, recent doceren de meeste opleidingen een breed pakket aan therapeutische mogelijkheden uit de Chinese geneeskunde. Opvallend is vooral de grote aandacht voor de Chinese kruidengeneeskunde. Japan maakte voor het eerst kennis met de Chinese geneeskunde in de vijfde eeuw na Christus. Dit gebeurde door Koreaanse artsen die waren uitgenodigd aan het Japanse hof. De decennia daarna werden de opvattingen van de Chinese geneeskunde in bredere kring bekend door rondtrekkende boeddhistische monniken. Vanaf de zevende eeuw bestond er een wederzijdse uitwisseling van artsen tussen Japan en China. Rond het jaar 1000 verscheen het eerste boek over Japanse geneeskunde van de hand van Yasuyori Tanba: Ishinpô.

De westerse geneeskunde 

De westerse geneeskunde werd in de zestiende eeuw in Japan geïntroduceerd door de Portugezen (van 1556 tot 1600) en door de Nederlanders (van 1600 tot 1854). De Nederlanders waren in deze periode, waarin Japan zich isoleerde van de rest van de wereld, met de Chinezen de enigen die contact hadden met de Japanners. De Nederlanders kregen als verblijf- en handelsplaats het eiland Decima toegewezen. Op het eiland waren steeds één of twee Hollandse geneesheren aanwezig. Tot 1850 werkten er in totaal zestig Nederlandse artsen. Decima was anderhalve eeuw lang de enige plaats waardoor westerse geneeskunde Japan binnenkwam. Alleen Japanse tolken hadden contact met de Nederlanders. Zij werden de eerste specialisten in wat aanvankelijk werd aangeduid als de Nederlandse roodharige geneeskunde. Ze richtten scholen op en publiceerden boeken. 

Kosmopolitische geneeskunde 

De westerse geneeskunde die in Japan ook wel kosmopolitische geneeskunde werd genoemd, overheerste steeds meer de traditionele Japanse geneeskunde. Pas sinds 1950 is er een revival van de traditionele Japanse geneeskunde. In 1991 werd de Japanse Vereniging voor Oosterse Geneeskunde officieel erkend als een medisch wetenschappelijke vereniging. De Japanse geneeskunde, ook wel ‘Kanpo’ genoemd, is dus gebaseerd op de opvattingen uit de Chinese geneeskunde. De medische praktijk onderscheidt zich echter op verschillende punten. De Japanse geneeskunde heeft zich vooral geprofileerd op het gebied van massage en bewegingstherapieën (shiatsu, okido yoga, aikido). Dennis J. Binks heeft een belangrijke rol gespeeld bij het introduceren van shiatsu in Nederland. Hij overleed in 1998. In 1976 startte hij de Nippon-Nederlandse Shiatsu school. Dit instituut heeft vele shiatsutherapeuten opgeleid. Het werk wordt voortgezet in de European Shiatsu Academy (Baarn) en The Dutch Shiatsu Academy (Zutphen). Macrobiotiek is een ander aspect van de Japanse geneeskunde. Deze voedingsleer is in het Westen bekend geraakt door het werk van de Japanner George Oshawa (in 1893 in Kyoto geboren). Hij stichtte in 1952 in Japan een opleidingsinstituut voor macrobiotiek. Oshawa reisde naar alle delen van de wereld om de ideeën over zijn, op yin en yang gebaseerde voedingsleer uit te dragen. 

Macrobiotiek 

In Nederland is de macrobiotiek vooral bekend door een leerling van Oshawa: de Japanner Michio Kushi. Samen met zijn vrouw (Aveline) heeft hij vele workshops in ons land gegeven. In de jaren zeventig ontstonden er verschillende Oost-west centra van waaruit de macrobiotiek werd uitgedragen. Het meest bekend werd het centrum in Amsterdam. De inspirator van dit centrum is sinds decennia Adelbert Nelissen. Rond de millenniumwisseling zijn de meeste van deze centra verdwenen. Op kleine schaal zijn er nog steeds aanhangers van dit voedingssysteem. 



Contact