Winti

De WIC en winti 

In 1667 kwam Suriname onder Hollandse heerschappij, door toedoen van een Zeeuws eskader onder leiding van Abraham Crijnssen. Aanvankelijk waren het de ‘rode slaven’ (indianen) die te werk werden gesteld op de plantages. Rond 1650 kregen zij gezelschap van ‘zwarte slaven’, afkomstig uit West-Afrika. De Nederlandse West-Indische Compagnie haalde deze zwarte slaven uit de kustgebieden van Centraal Afrika – van Senegal tot Angola – en brachten zo gedurende de slavenhandel (1660-1830) vele duizenden Afrikanen naar Suriname (Wooding, 1984).

Deze slaven waren afkomstig uit het huidige Ghana, Togo, Benin, Kongo, Angola en Nigeria. De Afro-Surinamers (creolen) kregen in Suriname te maken met de oorspronkelijke bevolking, de indianen. De mengeling van de indianen en de Afrikaanse cultuur kreeg nog meer een multicultureel karakter na de komst van de hindoestanen en Javanen uit respectievelijk India en Indonesië. Voorts heeft de christelijke achtergrond van de kolonisator een duidelijke invloed gehad op de vorming van de winticultuur.

Al vanaf het begin van de ‘zwarte’ slavenhandel in Suriname leefde er verzet onder de Afrikaanse slaven. Een aantal van hen vluchtte het oerwoud in en stichtte daar nederzettingen. Vanuit deze nederzettingen voerden de marrons – zo werden deze ontsnapte slaven genoemd – een guerrilla tegen de blanke heerschappij op de plantages en probeerden slaven te bevrijden.

Winti in Suriname 

Winti werd in het gekoloniseerde Suriname gezien als afgoderij (afkodrey). Het werd door de christelijke machthebbers verboden zich hiermee in te laten. Winti moest derhalve, tot ver in de twintigste eeuw, in het geheim worden bedreven. Met de komst van de Surinamers naar Nederland zijn ook hun religieuze opvattingen hierheen gekomen. De wintireligie wordt in deze bevolkingsgroep op grote schaal toegepast. De tijd dat men zich schaamde voor het wintigeloof en men het min of meer heimelijk aanhing, lijkt voorbij. De Surinamers zien winti steeds meer als belangrijk onderdeel van hun culturele identiteit.

Het is iets om trots op te zijn. Opvallend is overigens dat vrijwel alle winti-aanhangers lid zijn van een christelijke kerk. Hoewel de verschillende kerken uit Suriname ook in Nederland bestaan, is het opmerkelijk dat de Surinamers in Nederland niet zijn aangesloten bij hun eigen geloofsrichting. Zij hebben hun eigen Surinaamse versie van de bestaande kerk. En met veel succes. Deze kerken maken een stormachtige groei door.

Winti en Christenen 

Men vindt dat winti zijn en Christen zijn goed kan samengaan. Overigens is het niet zo dat alle Surinamers de winti-opvattingen delen. Sommigen moeten er niets van hebben. Men schat dat tweederde deel van de bevolkingsgroep iets heeft met winti en in bepaalde situaties gebruikmaakt van tradities, gebruiken en medische interventies uit deze cultuur. Hoewel de Antilliaanse cultuur meer westers is georiënteerd, bestaat ook hier een winticultus. Zij spreken van ‘brua’. Vanuit de officiële psychosociale hulpverlening is er toenemende aandacht voor de therapeutische benaderingen vanuit winti. Ook in de eerstelijns gezondheidszorg is men zich bewust van het belang hiervan voor de Surinaamse patiënt. Binnen de hulpverlening heeft winti vooral belangstelling gekregen door het werk van de psychiatrisch verpleegkundige Henri Stephen (1934). Na vijfentwintig jaar in de psychiatrie te hebben gewerkt was hij gedurende lange tijd als wintigenezer in dienst van het AMC. 



Contact