Celtherapie

Tachtig complicaties en dertig met een dodelijke afloop 

Waser (1981) geeft een overzicht van de complicaties die in de Duitse literatuur zijn gepubliceerd na inspuiting van celsuspensies of orgaanextracten. Contaminatie, allergische reacties, anafylactische shock, afstotingsreacties met necrose, gluteale abcessen, koorts, hartinfarct, polyneuritis en encefalitis worden beschreven. Een enquête, in 1955 in Duitsland gehouden, leverde tachtig complicaties op, waaronder dertig met dodelijke afloop.

Volgens voorstanders van celtherapie kunnen na de behandeling met cellen drie soorten van complicaties optreden:

1. overbrenging van zoönosen (ziekte veroorzaakt door dierlijke parasieten) van het donordier op de patiënt;

2. abcesvorming;

3. allergische anafylactische reacties.

Wat betreft de eerste complicatie kan worden gezegd, dat deze aanvankelijk nogal eens voorkwam. De laatste twintig jaar zijn er geen gevallen meer bekend. De controle op de afwezigheid van ziektekiemen geschiedt door de Duitse staat. Steriele abcessen na celleninjectie zijn meermalen gepubliceerd. Door een verminderde resorptie wordt het celimplantaat afgestoten. Dit kan voorkomen als te grote celdepots worden gegeven op één plaats in de spier.

Als laatste complicatie wordt genoemd de allergisch-anafylactische shock. In de officiële geneeskunde geldt bijna als een axioma, dat elke parenterale toediening van lichaamsvreemde eiwitten aanleiding geeft tot een anafylactische shock en uiteindelijk tot de dood. Weliswaar reageert het organisme na implantatie van een heteroloog celpreparaat op een allergische wijze, maar de reactie heeft geen ziekmakend karakter. Het gevaar voor de anafylactische shock is zeer klein en komt minder frequent voor na toediening van celpreparaten dan na toediening van antibiotica.

Indicaties van celtherapie 

De volgende indicatiegebieden komen volgens celtherapeuten in aanmerking voor celtherapie.

– Een onvoldoende functie van de klieren met inwendige secretie. Hiertoe kunnen onder

andere worden gerekend: achtergebleven ontwikkeling van de geslachtsorganen, menstruatiestoornissen,

infertiliteit, climacteriële klachten, adipositas, diabetes (geen juveniele),

hypotensie, inactiviteit, impotentie, vermagering ten gevolge van onvoldoende

klierwerking, dwerggroei ten gevolge van een niet goed functionerende hypofyse.

– Voortijdige veroudering en verlies van vitaliteit. Als symptomen hiervan zijn te noemen:

algehele aftakeling, voortijdige slijtage, algemene uitputting en gemis aan levenskracht.

– Chronisch degeneratieve ziekten van het skelet en van het vaatstelsel. Hieronder rekent

men arteriosclerotische aandoeningen, doorbloedingsstoornissen, artrose, spondylose en

chronische reumatoïde artritis.

– Algemene zwakte van het afweersysteem en vatbaarheid voor infecties.

– Degeneratieve aandoeningen van organen zoals: chronische spijsverteringsstoornissen

en longemfyseem.

Absoluut gecontraïndiceerd is celtherapie bij acute en subacute infectieuze aandoeningen. Men loopt het gevaar een infectie door celinjecties te activeren. Chronisch latente infecties die jaren bestaan en niet op chemotherapeutica reageren, kunnen soms wel met celtherapie worden behandeld. Celtherapie wordt nooit toegepast bij: kanker, multiplesclerose, bulbair-paralyse, spierdystrofieën, ernstige diabetes, bepaalde nierziekten en degeneratieve neurologische afwijkingen.

 

 

 

 

 



Contact