Homeopathie

De behandeling bij homeopathie 

Er is niet alleen totaaldiagnostiek, de homeopathie streeft ook naar een totale behandeling van de patiënt. Hoewel men vrijwel alleen de aandacht vestigt op de symptomen en minder belang hecht aan de oorzaak van de ziekte, is het geenszins een symptomatische therapie. De homeopathie mobiliseert de afweerkrachten van het lichaam. Hierdoor krijgt het lichaam als totaal meer weerstand en kan het zich met succes tegen schadelijke invloeden van buiten verweren. Het geneesmiddel geeft het lichaam als het ware een steuntje in de rug in de strijd tegen evenwichtverstorende factoren. De behandeling bestaat uit het toedienen van geneesmiddelen. Zoals eerder gezegd, is de dosering van deze middelen zeer laag. Men maakt gebruik van sterk verdunde oplossingen of, anders gezegd, hoog gepotentieerde stoffen. De potenties worden aangeduid met de letters C en D. D betekent decimale verdunning. D1 = 1/10; dat wil zeggen één deel geneesmiddel op negen delen van een indifferente stof. 

Neemt men na schudden of verwrijven van dit mengsel eentiende deel en voegt men daaraan negen delen indifferente stof toe, dan krijgt men de decimale potentie D2. Hiervan kan men opnieuw eentiende deel nemen en vermengen met negen delen indifferente stof, en zo kan men doorgaan tot decimale potenties van D200 en hoger. De C staat voor centimale verdunning. C1 = 1/100 en is te vergelijken met D2. De centimale potentie C2 is gelijk aan een decimale potentie D4. Voorts bestaan er nog de minder gebruikte LM-potenties. Hierbij wordt niet in trappen van 1 op 10 verdund, maar in trappen van 1 op 50.000 (LM in Romeinse cijfers). Als dosering aan het ziekbed kan men stellen, dat de dosis zo gering dient te zijn, dat bij de patiënt nog juist het afweermechanisme wordt gestimuleerd, maar er geen verergeringsverschijnselen worden opgewekt. 

Klachten 

Soms ziet men na toediening van het geneesmiddel, dat de klachten in ernst toenemen. Dit betekent dat men een goed geneesmiddel heeft gekozen, maar dat de dosis te hoog is. Men dient dan bij herhaling van de therapie lager te doseren (dus een hogere potentie). De lagere potenties (tot D6) zullen in het algemeen worden voorgeschreven bij acute ziekten en bij weinig ervaring van de therapeut. Bij chronische ziekten adviseert men de hogere potenties (tot D200). De experts gebruiken vrijwel uitsluitend sterk verdunde geneesmiddelen. Naast het gebruik van geneesmiddelen die passen bij een bepaald ziektebeeld van een patiënt, kent men de behandeling met zogenaamde polychresten. Dit zijn middelen welke effect hebben op alle orgaansystemen bij alle proefpersonen. Voorbeelden zijn: coffea en nux vomica. 

Effectieve middelen 

Ook zijn er middelen die effect hebben op een orgaan. Voorbeelden hiervan zijn: crataegus op het hart en sabal serrulata op de prostaat. Dit noemt men organotrope middelen. Hahnemann hield zich streng aan één middel. De huidige homeopaten delen veelal zijn standpunt, maar in de praktijk zijn er vele geneeskundigen die zondigen tegen deze regel en complexe middelen voorschrijven. Een complex middel bestaat uit diverse homeopathische middelen. Zo’n middel wordt gekozen op een bepaalde indicatie (bijvoorbeeld astma) zonder dat men rekening houdt met het individuele klachtenpakket van de patiënt. Dit wordt ook wel complexhomeopathie genoemd. De groep homeopaten die zich aan één middel houdt, noemt men ook wel unicisten. De groep beoefenaars die verscheidene middelen tegelijk geeft, noemt men pluralisten. De eerste groep bestaat uit aanhangers van de klassieke stroming, onder de pluralisten vindt men beide stromingen terug. Als voordeel van de homeopathie wordt veelal genoemd het feit dat de geneesmiddelen geen bijwerking hebben en goedkoper zijn dan de allopathische medicijnen.

Spagyriek. Een betrekkelijk weinig bekende variant op de homeopathie is de spagyriek (spaein = trekken, ageirein = verzamelen). Het is een samensmelting van onze begrippen analyse en synthese. Spagyrische geneeskunst is het eerst beschreven bij de Egyptenaren. Als grondlegger voor deze geneeswijze wordt meestal Paracelsus (1493-1541) genoemd. Hij bereidde zijn spagyrische middelen door oplossen, splitsen, verzamelen en weer samenvoegen van de inhoudsstoffen die door gistingen uit planten werden gewonnen. Door deze bewerking werden, volgens Paracelsus, de specifieke plantaardige levenskrachten losgemaakt en werkzaam gemaakt. De spagyriek maakt alleen gebruik van plantaardige stoffen. Qua bereiding en achtergrondgedachte staat de spagyriek in tussen de homeopathie en de kruidengeneeskunde. Men kan de spagyrische middelen als enkelvoudig middel (simplex) voorschrijven; meer gebruikelijk is echter om verschillende middelen in één geneesmiddel (complex) samen te voegen.

Na Paracelsus heeft in de zeventiende eeuw Johann Rudolf Glauber aandacht besteed aan de spagyriek. Hij schreef de Pharmacopoea Spagyrica, waarin nauwkeurig wordt aangegeven hoe de essences dienen te worden bereid. In de negentiende eeuw werkte dr. med. P.C.F. Zimpel (1800-1878) jarenlang aan wat hij noemde spagyrische geneeskunde. Zijn ideeën ontleende hij voornamelijk aan Paracelsus en Glauber. Tegelijkertijd met Zimpel werkte in Italië graaf Cesare Mattei aan eenzelfde geneeswijze, die hij Mattei-geneeswijze noemde. De Mattei-geneeswijze kreeg in vele landen bekendheid. In Nederland is een aantal praktizijns die deze geneeswijze toepassen.

Homeosiniatrie. Eveneens een betrekkelijk weinig bekende variant is de homeosiniatrie. In de vorige eeuw ontdekte de Duitse homeopathische arts Weihe, zonder op de hoogte te zijn van de acupunctuur, 195 punten op de huid die spontaan of bij druk gevoelig zijn. De verschillende punten zouden in geval van ziekte samenhangen met een bepaald homeopathisch middel, dat juist bij die ziekte werkzaam is. De Franse acupuncturist Roger de la Fuye heeft deze gedachte uitgewerkt en de naam homeosiniatrie (homoeos = gelijk, siniazo = doorzeven) eraan gegeven. De therapie bestaat uit het injecteren van bepaalde homeopathische middelen op bepaalde acupunctuurpunten. De punten van Weihe, die voor een deel overeenkomen met de acupunctuurpunten, zijn door De la Fuye uitgebreid tot 482 punten, waarvan er 434 overeenkomen met de acupunctuurpunten. Niet altijd worden injecties gegeven met homeopathische middelen, soms worden acupunctuurnaalden gedrenkt in een homeopathische oplossing en worden deze daarna in de punten ingebracht. In Nederland is er een aantal artsen/therapeuten die deze therapie toepassen.

Isopathie. Deze therapievorm, ook wel aangeduid met isotherapie (isos = gelijke), is een variant van de nosodentherapie. Bij isopathie behandelt men eveneens het gelijke met het gelijke, en ziekte wordt met overeenkomstige ziekteproducten bestreden. Bij isopathie wordt echter de zieke met zijn eigen ziekteproducten (zweet, speeksel, etter e.d.) behandeld. De diagnostiek bij isotherapie vindt net zoals bij de nosodentherapie plaats met materiaal dat niet van de patiënt afkomstig is. Men veronderstelt dat nosoden de natuurlijke afweer van het lichaam activeren. Nosoden worden door de industrie op de markt gebracht. Ze worden onder andere gebruikt in combinatie met elektro-acupunctuur. Recent is er ook informatiemateriaal ontwikkeld voor mensen die hun eigen nosoden willen bereiden.

Organotherapie. Deze in Frankrijk ontwikkelde vorm maakt gebruik van gezonde menselijke of dierlijke (meestal foetale zoogdieren zoals schaap en geit) organen en delen van organen. De organen worden na vriesdroging op homeopathische wijze verdund en gepotentieerd. De therapie is orgaangericht. Het met het geneesmiddel overeenkomstige orgaan wordt gestimuleerd, gereguleerd of geremd, afhankelijk van de gekozen verdunning. Organotherapie verschilt duidelijk van celtherapie, onder andere op grond van de potentiëring van het celmateriaal.

Lithotherapie. De lithotherapie (lithos = steen) maakt gebruik van verdunde en op homeopathische wijze bereide mineralen en ertsen. Deze therapie wordt zowel toegepast vanuit de principes van de medische astrologie als vanuit de homeopathie.

Biopunctuur. Homeopathische middelen, fytotherapeutica, worden ingespoten op speciale plaatsen. De injecties worden meestal intracutaan of subcutaan gegeven op acupunctuurpunten, reflexpunten en triggerpunten.

Homeopathie en elektro-acupunctuur. Homeopathische middelen worden als therapie gebruikt na elektro-acupunctuurdiagnostiek. Met behulp van elektro-acupunctuurmetingen is na te gaan of een bepaald middel geschikt is voor de patiënt. Ook de juiste potentiëring kan hiermee worden bepaald. 



Contact