Oosterse geneeskunde

Ziekte in de oosterse geneeskunde 

Ziekte is volgens de opvattingen binnen de oosterse geneeskunde een stoornis in de verhouding tussen yin en yang. Herstel van het evenwicht is het doel van de behandeling. Hiervoor zijn verschillende behandelingsvormen beschikbaar. In de TCM zijn naast de acupunctuur de belangrijkste therapieën: Chinese geneeskruiden, chi gong, tuina, drukpuntmassage, moxa-behandeling, voedingsleer en t’ai-chi. Andere oosterse therapieën zijn okido yoga, aikido en macrobiotiek. De therapieën zullen hierna besproken worden.

Chinese kruidengeneeskunde

Het gebruik van geneeskruiden is gebaseerd op een eeuwenlange traditie. In een Chinees kruidenboek uit 1977 worden 5767 kruidensoorten met hun eigenschappen beschreven. Kruiden worden ingedeeld in verschillende categorieën. Een eerste categorie benoemt de temperatuurkenmerken van het kruid (verhittend, verkoelend, verwarmend, neutrale werking). Een tweede categorie benoemt de smaakeigenschappen (scherp, zoet, bitter, zuur, zout). De verschillende combinaties van temperatuur en smaak geven het kruid specifieke eigenschappen waarmee yin- en yang-patronen in het lichaam kunnen worden beïnvloed. Zo zijn er kruiden die verwarmen, kruiden

die versterken, kruiden die stagnatie verhelpen enzovoort. Vaak wordt er gekozen voor combinaties van kruiden om de disharmonieën die zijn gediagnosticeerd te herstellen. De combinaties worden samengesteld voor de individuele patiënt met zijn of haar energetische disbalans. Naast deze specifiek gecomponeerde middelen zijn er patentmiddelen van geneeskruiden voor algemene behandeling van symptomen. Deze kant-en-klaar middelen kunnen door iedereen worden gekocht ter behandeling van een bepaalde kwaal. Ze worden ook wel gebruikt ter ondersteuning van bijvoorbeeld acupunctuur. Chinese geneeskruiden en patentmiddelen komen tegenwoordig niet meer alleen uit

China. Steeds vaker worden de middelen in het westen geproduceerd. Geneeskruiden zijn er in de vorm van extracten, poeders, pillen, theeën, siropen en pleisters voor uitwendige toepassing. Behalve plantaardige grondstoffen worden ook soms dierlijke en minerale producten gebruikt.

Chi gong (tsji gong, qi gong, chi kung)

Chi gong is een systeem van oefeningen op het gebied van beweging, ademhaling, concentratie en meditatie. Het is een duizenden jaren oud Chinees systeem dat via overlevering bewaard is gebleven, waarbij de kennis steeds werd overgedragen van meester op leerling. Pas zeer recent (in de jaren tachtig) is deze kennis buiten China beschikbaar gekomen. Chi gong mobiliseert en harmoniseert de levensenergie (chi). Lichaam en geest komen meer in evenwicht. Lichamelijke en psychische klachten kunnen daardoor genezen. De beoefenaar van chi gong ervaart een diepe ontspanning, innerlijke rust en tevredenheid. Intensieve beoefening van deze methode biedt de mens de mogelijkheid paranormale gaven te ontwikkelen.

Er bestaan vele soorten chi gong (Buddhist chi gong, Confucian chi gong, Taoïst chi gong etc.). De hedendaagse chi gong is veelal een mengeling van verscheidene soorten. Over welke stijl men ook spreekt, alle vormen van chi gong bestaan uit de volgende pijlers:

1. Lichaamsgerichte oefeningen. Hierbij gaat het om ontspanningstechnieken waarbij niet alleen de spieren, maar het hele lichaam in een ontspannen situatie wordt gebracht. Uitgangsposities bij deze oefeningen kunnen zijn: zitten, staan of liggen. Vanuit elke positie kan men verscheidene houdingen aannemen.

2. Op de geest gerichte oefeningen. In plaats van het rusteloos zwerven van onze geest leert men zich concentreren op één punt, een object of een voorstelling. Ook maakt men gebruik van klanken en mantra’s. Het rustig maken van de geest moet niet te geforceerd plaatsvinden. Men hecht veel waarde aan natuurlijk verlopende processen.

3. Ademhalingsoefeningen. Naast de verschillende ademhalingstechnieken is bij chi gong vooral de natuurlijke ademhaling een gebied van aandacht. Hiermee bedoelt men de eigen ademhaling die zonder bijzondere aandacht geleidelijk in kwaliteit verbetert. De kwaliteit wordt bepaald door het verloop, de diepte, het tempo en de rust van de ademhaling. Een centraal thema bij de beoefening van chi gong is ‘being natural’. Daarmee bedoelt men onder andere: men moet niet proberen iets speciaals te bereiken. Het resultaat is niet belangrijk, wel het bezig zijn met chi gong.

Verder moet men geen weerstand bieden aan dingen die tijdens chi gong naar voren komen. Wanneer er een gevoel ontstaat van bijvoorbeeld te swingen tijdens een stille oefening dan moet men die natuurlijke drang volgen. Als volgende punt vindt men het van belang om de oefening stap voor stap te leren beheersen. Men begint bij de basisoefeningen. Men onderscheidt daarbij drie niveaus van chi gong beoefening: basisniveau, de kleine hemelse kringloop en de grote hemelse kringloop. 

Tuina-therapie

Dit is een vorm van manuele therapie die behoort tot de traditionele Chinese geneeswijzen. De therapie bestaat uit drie componenten: massage, manuele therapie en acupressuur. De manuele therapie bestaat uit circumductie-bewegingen, verende rotaties, oscillaties, flexie- en extensiebewegingen, rekkingen en manuele tracties, die op een zorgvuldig gedoseerde manier worden toegepast. Uitgangspunt is dat de patiënt te allen tijden controle heeft over de uitvoering. Manipulatieve technieken met ‘high velocity thrust’ vallen niet onder tuina. Deze technieken zijn voorbehouden aan disciplines uit de manuele geneeskunde.

De behandeling is gericht op ontspanning van de weke delen, het bevorderen van de energie- en bloedcirculatie en het opheffen van beperkingen in het bewegingsapparaat. Preventie is een belangrijk sleutelwoord in deze therapie. Veel aandacht is er voor het lichaamsbewustzijn en de zelfredzaamheid van de cliënt. Klachten waarmee mensen naar een tuina-therapeut gaan, betreffen meestal problemen waarbij de lichamelijke en/of mentale belasting uit balans is.

Drukpuntmassage 

Drukpuntmassage en shiatsu zijn in oorsprong enigszins verschillende massagesystemen. Shiatsu gebruikt oude amma-massagetechnieken en prikkeltechnieken ontleend aan judo. Drukpuntmassage en shiatsu zijn echter in de praktijk, zeker in Nederland en België, zo weinig verschillend, dat ze geen aparte bespreking vereisen. Ook wordt voor deze methode de term acupressuur gebruikt. Op de meridianen, die in het Japans keï heten, liggen 365 vitale punten, die voor de drukpuntmassage van belang zijn. Deze punten worden tsubopunten genoemd. Ze liggen op het huidoppervlak. Wanneer nu een van de 12 organen slecht functioneert, vermindert de energiestroom in de desbetreffende meridiaan en wordt het lichaam ziek. De tsubopunten bevinden zich op plaatsen langs het meridiaansysteem, waar de energiestroom gemakkelijk kan stagneren. Door drukken en masseren op deze punten kan de energie verder worden geleid en kan nieuwe energie worden toegevoerd. De punten zijn als het ware de poorten naar de buitenwereld. De diagnose kan men stellen door bepaalde tsubopunten te onderzoeken en te kijken of deze pijnlijk zijn bij aanraken. Is dit het geval, dan dient men na te gaan, welk orgaan of welke organen is of zijn gestoord. Op basis van deze gegevens kan men dan overgaan tot drukpuntmassage om de tsubo-energiestroom naar de/ het gestoorde orga(a)n(en) te herstellen. De twee tekeningen hiervoor laten twaalf tsubopunten zien op de voorzijde van het menselijk lichaam en twaalf op de achterzijde. Wanneer een lichte druk op deze punten pijn veroorzaakt, betekent dit een stoornis in een van de yin- of yang-organen. De nummers van de punten corresponderen met de nummers van de meridianen van de volgende organen:

1 long, 2 dikke darm, 3 maag, 4 milt, 5 hart, 6 dunne darm, 7 blaas, 8 nier, 9 meester van het hart, 10 drievoudige verwarmer, 11 galblaas, 12 lever.

Wanneer druk op punt 1 pijn veroorzaakt, moet de ziekte gezocht worden in het orgaan dat met de longmeridiaan correspondeert. Doet zich pijn voor bij drukken op punt 2, dan is waarschijnlijk de dikke darm aangetast, enzovoort. De locatie van de punten die de stoornis van een inwendig orgaan aangeven, is te onderscheiden van de omgeving door een wat hardere plek, die gevoelig is voor druk.

Bovengenoemde wijze van diagnosestellen is beperkt tot 24 tsubopunten. Dit is het eenvoudigste systeem. Er zijn vele andere punten die van diagnostische betekenis zijn. Het gaat in dit bestek echter slechts om het principe. De diagnose bij de drukpuntmassage kan ook plaatsvinden met behulp van de polsdiagnostiek zoals gebruikelijk bij de klassieke acupunctuur, of met behulp van andere diagnostische hulpmiddelen, zoals die hiervoor zijn besproken. Naast handgrepen die in de klassieke massage worden toegepast (strijken, kneden, vibreren, kloppen), bestaat het meest specifieke gedeelte van de drukpuntmassage uit het masseren van de tsubopunten.

De techniek van de drukpuntmassage bestaat uit het aanbrengen van een flinke druk (4 à 5 kilo) met de vingertoppen of met de duim. In de shiatsu is de druk vaak nog veel groter en wordt vrijwel altijd met de duim gewerkt. Meestal drukt men gedurende drie à vier seconden; dit kan eventueel enige malen herhaald worden. De druk moet worden aangebracht in de richting van het lichaamscentrum. De houding van de patiënt moet steeds zodanig zijn, dat de patiënt de druk op de punten niet kan ontwijken. Na goede instructie is het ook mogelijk dat de patiënt zichzelf masseert. Indicaties voor deze therapie zijn onder andere: neuralgieën, hoofdpijn, nekpijn, rugklachten, hypertensie, hypotensie, hartkloppingen, maag-darmstoornissen, hoesten, verkoudheid, allergie, astma.

Dô-in, ya-ya en shen-Tao zijn vormen van drukpuntmassage die in grote lijnen overeenkomen met de hierboven beschreven ideeën en technieken. Dô-in combineert de drukpuntmassage met bepaalde oefeningen die de energiestroom in de meridianen moet stimuleren. Ya-ya is een drukpuntmassage die men gemakkelijk bij zichzelf kan toepassen. Shen-Tao combineert de geestelijke begrippen van het Taoïsme met de technieken van de drukpuntmassage. Een moderne variant van drukpuntmassage is de stoelmassage. Dit wordt niet in het kader van traditionele Oosterse geneeskunde geplaatst, maar als een Westerse toepassing ter preventie van stress en RSI in bedrijven toegepast. De patiënt zit in een stoel terwijl bepaalde drukpunten worden gemasseerd.

Moxa-verbranding 

Moxa is een kruid, de echte bijvoet (Artemisia vulgaris). Men legt brandende moxa op een acupunctuurpunt. Soms direct op de huid, soms op een schijfje (bijvoorbeeld gember of knoflook). Het is de bedoeling dat het desbetreffende punt doordrongen wordt van een aangename warmte. De warmteprikkeling zou een effect hebben op de bijbehorende inwendige organen. Zie verder het hoofdstuk Acupunctuur.

Voedingsleer 

Voeding volgens de TCM-opvattingen kan verschillende eigenschappen hebben: heet, warm, neutraal, koel, koud en vochtig. Door verschillende manieren van bereiden kan men eigenschappen toevoegen. Men adviseert tijdens de maaltijd weinig te drinken, het voedsel lang te kauwen, koude en rauwe voedingsmiddelen spaarzaam te gebruiken, oud, opgewarmd en bewerkt voedsel (fast food) te vermijden en te eten overeenkomstig het klimaat (bijvoorbeeld warme gerechten in de winter). In de TCM worden bij zwakte en deficiëntie altijd geneeskruiden en voedingsadviezen gegeven. Men gaat ervan uit dat kruiden en voedingsmiddelen vergelijkbare energetische eigenschappen hebben.

T’ai chi chuan

T’ai chi betekent ondeelbare eenheid, chuan betekent kracht of vuist. T’ai chi is een tussenvorm tussen danskunst en gevechtskunst, afkomstig uit China, waar zij al meer dan drieduizend jaar wordt beoefend. T’ai chi heeft echter nog een verdergaande betekenis dan dans en zelfverdediging en dat is de beheersing en harmonisering van de levensenergie (chi). T’ai chi wordt dan ook aangewend ter verbetering van de gezondheid. Ook vindt zij toepassing als meditatietechniek. T’ai chi bestaat uit langzame, regelmatige bewegingen die overeenstemmen met het ademhalingsritme. Zij ontspannen de geest en het lichaam, stimuleren de spijsvertering, toniseren het zenuwstelsel, bevorderen de werking van hart en circulatie, maken de gewrichten los en verbeteren de doorbloeding van de huid.

Er bestaan verschillende soorten t’ai chi: yang, wu, sun, ho. De yang-variant wordt in het Westen het meest toegepast. Er is een lange yang, samengesteld uit 108 bewegingen (ongeveer vijfentwintig minuten) en een korte yang van ongeveer 37 bewegingen (duur ongeveer tien minuten). Het leerproces begint door het leren coördineren van de handelingen van lichaam en geest. Dit houdt in dat men zich de bewegingen bewust maakt, de verhoudingen van het skelet voelt, de relatie tussen beweging en ademhaling ervaart, en leert voelen hoe de levensenergie door het lichaam stroomt. Het tweede deel van de scholing in t’ai chi behelst dat men de bewegingen leert plaatsen in het archetypische verhaal (taoïstisch) van de reis van de mens van de geboorte tot de dood. De t’ai chi-bewegingen worden veelal tweemaal per dag uitgevoerd. Zowel geestelijk als lichamelijk uit balans geraakte processen kunnen door deze bewegingskunst worden hersteld.

Bugi

Dit is een Chinees healingsysteem waarbij men op afstand werkt, zonder de patiënt aan te raken. Bij het aanleren van deze methode gaat de aandacht eerst naar ‘self healing’. Daarna leert men ‘healende’ krachten over te dragen aan de patiënt. Bugi gebruikt drie ‘vitale krachten’ om de patiënt te behandelen: vibratiekracht, spontane bewegingskracht en mentale kracht. Zonder de patiënt aan te raken worden de krachten geleid naar bepaalde punten in het lichaam. De methode is in 1991 in Europa geïntroduceerd door dr. Shen Hongxun.

Koppenzetten (cupping)

Hierbij gebruikt men koppen van dik glas welke aan één kant open zijn. De opening wordt op de huid geplaatst. Door verwarming ontstaat er een vacuüm in de kop. Door de zuigkracht wordt de huid omhooggetrokken. Het effect is dat de doorbloeding en de circulatie van levensenergie (chi) wordt gestimuleerd. 

Feng shui 

(feng = wind en shui = water). Dit is de kunst van het in balans brengen van mensen, gebouwen en landschap. Wanneer er evenwicht is tussen al deze aspecten kan chi, de levensenergie, vrij stromen, hetgeen voorwaarde is voor gezondheid en geluk. De bouw van woningen, de inrichting van huizen, de architectuur van tuinen, het zijn allemaal onderdelen van het leven welke medebepalend zijn bij het ontstaan van ziekte en het genezen daarvan. Elk gebouw, elke kamer, elke tuin, heeft een gevoelige zone, een centrum waar de chi maximaal is. Dit centrum moet worden beschermd en gekoesterd. Door objecten op een bepaalde manier op te stellen in de ruimte kunnen de mens(heid), het milieu (de aarde)en de geest (hemel) een harmonieuze verbintenis vormen. Feng shui is gebaseerd op eeuwenoude astronomische kennis, Chinese volkswijsheid, daoïstische kosmologie en yijing (waarzeggerskunst). Een feng-shui-consulent dient deze kunst zowel spiritueel als intellectueel te beheersen. Vaak wordt de kunst van generatie op generatie doorgegeven. Een feng-shui-consulent helpt de cliënt bewust te worden van de interactie tussen mens en woon/werkomgeving. De consulent kan adviezen geven over optimalisering van deze interactie.

Macrobiotiek

Macrobiotiek (macro = groot, bios = leven) wordt in het algemeen aangeduid als een voedingsleer, waarbij men bij het bereiden en kiezen van voedsel de yinen yang-principes hanteert. De term wordt ook wel gebruikt in de zin van een levensbeschouwing, waarbij men bij alle facetten van het leven de wetten van yin en yang eerbiedigt. Op deze plaats is gekozen voor de eerste omschrijving: macrobiotiek als voedingsleer.

Omdat macrobiotiek een aparte plaats inneemt in de historie van de Japanse geneeskunde, kan het gebruik van sommige begrippen soms afwijken van eerdere beschrijvingen. Het evenwicht in een gezond lichaam kan bewaard blijven door evenwichtige voeding. Dat wil zeggen: voedsel waarin yin en yang in de juiste verhouding zijn vertegenwoordigd. Neemt de gezonde mens overmatige hoeveelheden yin- of yang-voedsel tot zich dan raakt hij uit zijn evenwicht. Ook het omgekeerde effect kan men bewerkstelligen. Een mens die bijvoorbeeld door een te sterke overheersing van de yin-krachten ziek is geworden, kan genezen door voedsel waarin de yang-krachten overheersen. Macrobiotiek is dus een preventieve (gezond blijven door evenwichtig te eten) en een curatieve methode (gezond worden door de ontbrekende pool aan te vullen of de overheersende te verminderen).

De verschillende voedingsproducten kan men op grond van een aantal factoren classificeren als voornamelijk door yin- of voornamelijk door yang-krachten bepaald. Deze factoren zijn:

Het watergehalte. De meeste groene planten bevatten een hoger percentage water dan het menselijk lichaam en zijn derhalve overwegend yin (yin = nat). Granen bevatten relatief minder water en hebben daarom in lichte mate een yang-karakter (yang = droog).

De kalium-natriumverhouding. In het lichaam komen kalium en natrium in een verhouding van 5:1 voor. Alle voedingsmiddelen die een grotere verhouding hebben (meer kalium bevatten), zijn yin; die welke een kleinere verhouding hebben, zijn yang. Aardappelen hebben een kalium-natriumverhouding van 5,12:1 en zijn dus yin. Granen (gerst, ongepelde rijst) hebben een elektrolytenverhouding welke die van het menselijk lichaam benadert (4,5:1).

De kleur. Het yin-yang-continuüm loopt parallel met het kleurenspectrum, waarbij rood (warm) overeenkomt met yang, en violet (koud) met yin. Wortels, abrikozen en vlees zijn meer yang; koolsoorten, rammenas en radijs zijn meer yin.

De groei. Bij yang-planten gaan de wortels diep de grond in. Bij yin-planten ligt het accent veel meer boven de grond: lange stengels. Kruiden die niet hoger worden dan 8 centimeter, worden tot de yang-categorie gerekend. Yang-planten zijn winterhard en blijven vaak groen. Ze groeien traag en bloeien vaak pas in het tweede jaar of later. Yin-planten gaan veelal in de herfst dood, groeien snel en bloeien in de zomer. Op koude (yin) en droge (yang) plaatsen zullen vooral yang-gewassen groeien. Op vochtige (yin) en warme (yang) plaatsen yin-gewassen.

Andere factoren zijn: vorm, smaak, samentrekking of uitzetting, organisch of anorganisch, een morfologische of een psychologische werking. Het is dus een samenspel van factoren, dat bepaalt of een voedingsproduct overwegend yin- of yang-tendensen heeft.

Op grond van het bovenstaande kan men een soort voedingsspectrum maken, waarbij de uiteinden van het spectrum het meest yin of het meest yang zijn. Alle voedingsmiddelen kunnen in dit spectrum worden ondergebracht en geclassificeerd naar hun karakter. Het zal duidelijk zijn, dat voor een gezond individu, bij wie evenwicht bestaat tussen yin en yang, de optimale voeding zal bestaan uit producten uit het midden van het spectrum.

Het zijn granen, bonen en groenten, waarbij we in Nederland de voorkeur dienen te geven aan de producten die neigen naar de yang-pool, daar we leven in een koud en nat (yin) klimaat.

Men zou uit het bovenstaande de conclusie kunnen trekken, dat voor iedereen hetzelfde menu het beste is. Er zijn echter belangrijke factoren, die de macrobiotiek minder eenvoudig maken dan hier geschetst. De yin-yang-verhouding varieert per individu. Hiervoor zijn aansprakelijk factoren als constitutie, algemene conditie en de plaats waar men woont. Wat betreft laatstgenoemde factor zegt Ohsawa, en ook Michio Kushi, dat het beste voedsel voor het handhaven van de fysiologische en mentale conditie het voedsel is, dat in de natuurlijke omgeving van het individu aanwezig is. Dat kan betekenen, dat de mensen in een koud (yin) klimaat vlees (yang) eten om in evenwicht te zijn met hun milieu. In tropische gebieden (yang) heeft men meer water, noten en vruchten (yin) nodig.

Alleen het voedsel van de graancategorie is bedoeld als basisvoedsel. Het kan bij iedere maaltijd en dagelijks worden gegeten. De granen zijn de basis van de macrobiotische manier van eten. Al het andere voedsel, of het nu yin of yang is, moet in kleine hoeveelheden worden genuttigd. De graanproducten nemen onder andere vanwege hun gunstige natrium-kaliumbalans zo’n belangrijke plaats in. Verder geeft de macrobiotiek de volgende adviezen:

– Gebruik geen voedsel of dranken die door de voedselindustrie zijn geproduceerd. Voorbeelden zijn: suiker, limonades, voedsel met kleurstoffen, ingeblikte groenten of dranken.

– Neem geen groenten of vruchten die kunstmatig zijn bemest, bespoten of in kassen verbouwd.

– Eet geen voedsel dat van ver weg komt en gebruik geen groenten of vruchten buiten het seizoen waarin ze groeien.

– Gebruik geen specerijen en chemische aroma’s, met uitzondering van zeezout en macrobiotische sausen.

– Drink geen koffie of thee die is geverfd (bij de meeste theesoorten is dit het geval).

– Gebruik geen voedingsmiddelen waarin bakpoeder (dubbelkoolzure soda) is verwerkt. Gebruik zo weinig mogelijk gist.

– Dierlijke producten, ook boter, kaas en melk, dienen vermeden te worden.

– Kauw iedere hap ten minste 50 keer. De smaak van het voedsel wordt erdoor verhoogd.

– Drink weinig. De voedingsmiddelen bevatten reeds veel water (gekookte rijst 60-70%, groenten 80-90%).

– Zoals in het voedingsschema is te zien, gebruikt men bij een streng macrobiotisch dieet geen zuivelproducten en dierlijk materiaal (behalve vis). Producten van de nachtschadenfamilie, waartoe de aardappel, de tomaat, de Spaanse peper en de aubergine behoren, dienen zo weinig mogelijk te worden gegeten.

Okido yoga (dynamische zen yoga)

Okido yoga is een dynamische manier van yoga, gebaseerd op de filosofie en techniek van de Japanner Mashahiro Oki. In okido yoga is een veelheid aan informatie en ervaring uit westerse geneeskunde, oosterse geneeskunde, Indiase yoga en verschillende godsdiensten samengebracht. Daarbij stelt men, dat deze geïntegreerde vorm meer is dan de optelsom van de delen waaruit zij is opgebouwd.

De belangrijkste oorzaken van ziekte waaraan vanuit de okido yoga kan worden gewerkt, zijn: houdings- en bewegingsafwijkingen, onvolledige en onjuiste ademhaling. Bij het werken aan het opheffen van deze ziekteoorzaken zijn zowel geestelijke als lichamelijke aspecten in het geding. Er wordt bovendien aandacht besteed aan meditatieve en spirituele oefeningen. Uiteraard is ook hier de voeding de basis van de gezondheid. Door de okido yoga wordt men in staat gesteld eigen lichaam en geest te leren kennen, blokkades en belemmeringen, ook in inwendige organen, op te sporen en op te heffen door het optimaal bruikbaar maken van de levensenergie.

Aikido

Aikido is een combinatie van een zelfverdedigingssysteem, een bewegingsleer en een methode om tot een harmonieuze gezondheid en levensstijl te komen. De methode is eeuwenoud, maar werd tot de huidige vorm uitgewerkt door de Japanner Morihei Uyeshiba (1883-1969). Aikido betekent letterlijk de weg (do) naar harmonie (ai) met de universele energie (ki). Hoewel aikido een vechtsport is, is de methode gericht op harmonie en liefde. In deze sport is namelijk geen sprake van een winnaar en een verliezer. Het betreft eerder een rituele dans, waarbij de tegenstanders gezamenlijk zoeken naar het fundamentele in de mens. Men oefent het vermogen van geven en nemen, waardoor een harmonie kan ontstaan die levensenergie genereert bij beide partijen. Er is geen competitie, de uit te voeren bewegingen zijn niet tegenovergesteld, maar de partners beheersen elkaars uitingen. Men leert bij deze methode om te gaan met de eigen levensenergie in relatie tot de ander. Overigens kan de methode ook zonder partner worden uitgevoerd. Men begint aikido in een meditatiehouding, in groepsverband, waarbij men een groot aantal keren kian (= ki = universele energie) schreeuwt. De methode wordt toegepast ter ondersteuning van de algemene gezondheid en ter preventie van ziekte en verder bij onder andere rugklachten, vermoeidheid en gewrichtsklachten.

Jin shin jyutsu

Deze genezende kunst vindt haar oorsprong in Japan rond 700 na Christus. Omstreeks 1900 werd zij herontdekt door de Japanner Jiro Murai. De methode maakt gebruik van massage met de vingertoppen, waarbij men door de kleren heen de energie in het lichaam harmoniseert. Men masseert daarbij zichzelf rechtop, op bepaalde plaatsen die men veiligheids energie slot (VES) noemt. Zo kan verdriet worden behandeld door de ringvinger vast te houden met de vier vingers, palm en duim van de tegenovergestelde hand.

 



Contact