Houdings- en bewegingstherapieën

Cesar-therapie. De Cesar-therapie dankt haar naam aan mevrouw M. Cesar (1894-1975). Zij had de opleiding bewegingsleer bij mevrouw Mensendieck gevolgd. Zij noemde haar methode dan ook aanvankelijk de Mensendieck-Cesar-methode. Later werd de naam Mensendieck geschrapt. De grondslag van de therapie wordt gevormd door haar in 1936 geschreven boek Bewegingsleer Cesar. Zij gaat ervan uit dat houding en beweging moeten worden gezien als een vorm van gedrag.

Houding en beweging worden in hun vorm bepaald door de cultuur. Mevrouw Cesar stelt, dat het lichaam dat wij als gestalte waarnemen, een totaliteit is, ontstaan uit de samenwerking van delen die elkaar onderling dienstbaar zijn en waarvan de functie wordt bepaald vanuit het geheel. Er wordt daarbij uitgegaan van een veronderstelde doelmatigheid en orde van de natuur. De mens wordt beschouwd als uniek individu met individuele bewegingspatronen; de patiënt zal in belangrijke mate zelf moeten bijdragen tot zijn herstel. De therapie is gericht op het bewust maken van de houding. De patiënt leert de houding zo nodig te corrigeren met behulp van een spiegel. Er wordt zo geoefend dat het een gewoonte gaat worden. De oefeningen zijn afgestemd op het dagelijks werk. Er wordt rekening gehouden met ieders persoonlijke leefomstandigheden. Het verschil met de Mensendieck-methode is, dat de Cesar-therapie minder statisch is en ritmischer. Indicaties voor deze therapie zijn onder andere: correctie van houdings- en bewegingsafwijkingen, neurologische stoornissen, psychosomatische aandoeningen, ademhalingsstoornissen, revalidatie na operaties, mobiliseren van bejaarden en chronisch zieken, bewegingsvorming bij kinderen met leeren opvoedingsstoornissen. Er zijn in Nederland ongeveer 1050 Cesar-therapeuten werkzaam.

Mensendieck-methode. Deze methode is ontwikkeld door de in Amerika geboren Bess Mensendieck (1867-1957), die voornamelijk in Duitsland werkzaam is geweest. Het Mensendieck-systeem is een oefentherapie, die een bewegingsopvoeding beoogt met bewust uitgevoerde oefeningen. De methode gaat ervan uit, dat de lichaamshouding berust op een zogenaamd lichaamsschema, dat wil zeggen een onbewust lichaamsgevoel. Ieder mens heeft, zo stelt men, zijn eigen verschijningsvorm. De behandeling wordt dan ook afgestemd op de persoon, diens omgeving, normen en waarden.

De opbouw van een behandeling verloopt in grote lijnen als volgt: bewust maken van het lichaamsschema, corrigeren van de ‘fouten’, verschil ervaren tussen de oude en de nieuwe houding/beweging, bewust de gecorrigeerde houding/beweging toepassen, het bewust laten worden van het nieuwe lichaamsschema om zich dat eigen te maken. De therapeute doet zo weinig mogelijk oefeningen voor; de patiënt moet zelf de oefeningen leren doorvoelen. Hij moet leren hoe de juiste spieren en gewrichten bij een beweging worden gebruikt door nadenken, voelen en zien. Daartoe wordt bij het oefenen ruim gebruikgemaakt van spiegels. Bij het oefenen gaat men uit van een uitgangshouding en vandaaruit worden de beweging en houding van het gehele lichaam opgebouwd. Er zijn in de Mensendieck-methode verschillende soorten oefeningen: oefeningen gericht op het dagelijks leven (tillen, bukken en dergelijke), oefeningen gericht op bepaalde spieren/spiergroepen, evenwichtsoefeningen, ontspanningsoefeningen en ademhalingsoefeningen.

Het verschil met  de Cesar-therapie is, dat Mensendieck statischer en minder ritmisch is. Verder wordt intensiever gebruikgemaakt van spiegels en worden oefeningen vrijwel niet voorgedaan. Indicaties zijn onder meer: bewegings- en houdingsafwijkingen, afwijkingen aan het skelet, psychosomatische klachten, circulatiestoornissen, revalidatie na operatie en preventief: bejaarden- en zwangerschapsgymnastiek. Er is in Nederland een opleiding voor Mensendieck-therapie. Ook in Noorwegen en Denemarken zijn opleidingen. In Nederland zijn ongeveer 600 Mensendieck-therapeuten werkzaam.

Alexander-techniek. Frederick Mathias Alexander (1869-1955) was een acteur uit Tasmanië. Hij ging ervan uit, dat er geen scheiding tussen lichaam en geest kan worden gemaakt en dat ziekte het gevolg is van een verkeerd gebruik van het lichaam. Onjuist gebruik van spieren, het kromtrekken van de rug, het optrekken van de schouders, verkeerde ademhalingstechnieken, onjuist gebruik van de spraakorganen en vele andere foutieve manieren waarop men het lichaam gebruikt, kunnen leiden tot allerlei klachten. Door slechte houdings- en bewegingsgewoonten zijn de meeste mensen het natuurlijk gebruik van hun lichaam kwijtgeraakt. Alexander ontwikkelde een methode om mensen te leren hun lichaam weer op een juiste manier te gebruiken. De methode maakt de mens bewust van het onnatuurlijke gebruik van zijn lichaam en leert hem daarvoor nieuwe gedragspatronen aan om zijn houdingen en bewegingen uit te voeren.

Hoewel de techniek vooral een preventief karakter heeft, kunnen door het elimineren van de fouten in het gebruik van het lichaam velerlei klachten worden verminderd. Om bruikbare resultaten te verkrijgen zijn gemiddeld dertig individuele lessen nodig. Indicaties zijn: hypertensie, maag-darmstoornissen, hoofdpijnen, reumatische klachten, artritis, rugklachten, anorexia nervosa, angina pectoris en spraakmoeilijkheden. In Nederland wordt deze techniek in de praktijk van sommige natuurartsen toegepast. Meestal echter worden de lessen bij een docent thuis gegeven. Er zijn 44 personen lid van de beroepsvereniging voor Alexander-techniek.

Feldenkrais. De Israëliër Moshe Feldenkrais (1904-1984) stelde onder meer, dat de mens slechts een zeer gering gedeelte van zijn mogelijkheden tot ontwikkeling brengt, mede omdat de samenleving een meer dan minimale ontwikkeling nauwelijks op prijs stelt. Dit betekent, dat de mens leeft met een beperkt zelfbeeld, dat zich min of meer toevallig heeft ontwikkeld en dat nauwelijks in overeenstemming is met de natuurlijke aanleg. Om dit zelfbeeld te verruimen, kan men uitgaan van de menselijke functies als het gewaarworden, het voelen, het denken en het bewegen. Deze functies beïnvloeden elkaar, waardoor een verbetering van de ene functie tevens een verbetering van de andere functies inhoudt. Feldenkrais koos voor het verbeteren van het bewegen, hetgeen hij beargumenteerde met een aantal fysiologische en psychologische argumenten zoals:

1. meer dan iets anders is het gehele zenuwstelsel betrokken bij het bewegen;

2. de kwaliteit van het bewegen is gemakkelijk te constateren;

3. de mens heeft veel ervaring met het bewegen;

4. het vermogen om te bewegen is belangrijk voor het gevoel van eigenwaarde.

Vanuit deze inzichten heeft Feldenkrais een praktische methode ontwikkeld, die zowel op de lichamelijke als op de geestelijke aspecten van de mens van invloed is. Zijn oefeningen hebben betrekking op de lichaamshouding, het waarnemingsvermogen en de verbeeldingskracht. De oefeningen helpen bij het aankweken van betere lichamelijke gewoonten en ze verrijken het bewustzijn door het inzicht in de nieuwe mogelijkheden voor de mens. Er zijn in Nederland een zestigtal therapeuten die deze methode toepassen. Ook worden er cursussen in deze methode gegeven.

Dispokinesiotherapie. Dispositie betekent een toestand van vrij kunnen beschikken over lichamelijke vermogens als uitdrukkingsmiddel van de geest. Indispositie betekent het niet kunnen beschikken over deze vermogens. Het zijn oorspronkelijk begrippen uit de muziekwereld. Ook de dispokinesiotherapie is afkomstig uit de muziekwereld. Het was dr. Carl Schröter, die in samenwerking met de Haarlemse arts Van Veen en de cellopedagoog Onne van de Klashorst een methode uitwerkte voor muziekleerlingen, en later voor patiënten, om indispositieverschijnselen te behandelen. De zoon van Onne van de Klashorst, G.O. van de Klashorst, gaf rond 1952 een anatomische en fysiologische grondslag aan de methode, die wordt toegepast bij patiënten met een gestoord houdingsen bewegingspatroon. Van de Klashorst leidt thans een instituut, waaraan een opleiding is verbonden in de dispokinesiotherapie. Deze therapie wil met behulp van oefentechnieken, waarin het oefenen van de oergestalten van houding en beweging centraal staat, de patiënt laten terugkomen in zijn eigen oorspronkelijk houdings- en bewegingsgedrag (dit noemt men de gedisponeerde vorm). De oergestalten van houding en beweging zijn een genetisch gegeven. Door karakter en geest krijgt deze oervorm een eigen originaliteit, die specifiek is voor de individuele mens. De oervormen moeten in gedrag echter voldoen aan de eis van socialiteit om in de relatie met soortgenoten tot begrip en samen handelend optreden te komen.

Allerlei remmingen kunnen inwerken op de oergestalten van houding en beweging, zoals daar zijn: onvolwassen gedrag van de moeder ten opzichte van het kind, een opvoedingspatroon waarbij de nadruk ligt op ge- en verboden in plaats van op de persoonlijkheidsontwikkeling, overbrenging van onverwerkte trauma’s van volwassenen op kinderen, streng dogmatische levensbeschouwingen en geen ruimte laten voor individualiteit, onnatuurlijke leefwijze, overwegend zittend leven en ziekten. Deze remmingen, indisponerende factoren genoemd, beperken de mens in zijn aangeboren vermogens van lichamelijke, emotionele en geestelijke aard. Disponeren houdt in: vrij beschikken over en vrij kunnen uiten van emoties, emoties die een herkenbare gestalte krijgen in houding en gebaar.

Disponeren betekent ook de eigen verworvenheden zichtbaar maken voor de ander via de ongeremde handelingsbekwaamheid van het lichaam. Het betekent dat de mens zichzelf optimaal kan uitdrukken in houding en beweging. Bij mensen bij wie indisponerende factoren hebben geleid tot diagnostiseerbare veranderingen in houding en beweging, kan de beoefenaar van dispokinesiotherapie hierin corrigerend optreden. Zich richtend naar de oervormen van beweging en gedrag, brengt de therapeut de patiënt terug tot zijn eigen in aanleg gegeven houding en bewegingsvorm. De patiënt herkrijgt in eigendom, wat hij reeds bezat, maar wat zich door remmingen niet kon manifesteren. Het beoefenen van de oergestalten van houding en beweging eist van de patiënt een inkeer tot zichzelf, een bewustmakingsproces, waarbinnen hij/zij opnieuw leert omgaan met een lichaam, dat hem/haar wil gehoorzamen en nauwkeurig uitdrukking geeft aan de wil om te handelen in een voor de patiënt bevredigende vorm.

Eutonie. Hoewel eutonie in strikte zin niet tot de houdings- en bewegingstherapieën behoort, maar eerder geschaard moet worden in de rij van ontspanningstherapieën, wordt toch in dit gedeelte aandacht besteed aan deze methode vanwege de vele raakvlakken die er zijn met andere hier besproken methoden. De eutonie is door Gerda Alexander ontwikkeld. De methode wordt sinds 1957 vooral in Duitsland, Denemarken en Frankrijk toegepast. De laatste jaren is de belangstelling en uitoefening in Nederland sterk toegenomen. De eutonie bewerkstelligt een evenwichtige en aan de situatie aangepaste spierspanning.

De oefeningen stellen de beoefenaar in staat elke beweging uit te voeren met een minimum aan energie en een maximum aan doeltreffendheid. Het algemene doel van de eutonie is de natuurlijke beweging van het menselijk lichaam terug te vinden en te bereiken dat men zijn verkeerde houdingen en bewegingen automatisch gaat corrigeren. In de oefeningen volgens Gerda Alexander wordt de nadruk gelegd op een juiste afwisseling van passiviteit en activiteit. Spierontspanning maakt het aanleren van passiviteit noodzakelijk. Het is van belang te weten hoe men passief moet zijn, als men dat wenst. Passiviteit is geen wilsgebrek, het is een toestand van non-activiteit die vrijwillig wordt gekozen. Het is dus een door de wil gerichte techniek. Passiviteit vormt een natuurlijke remedie tegen allerlei klachten zoals vermoeidheid, spierpijn, overspanning, krampen, ontstekingen, reuma, hoofdpijn, ischias, astma, angina pectoris, maagpijn- en discopathie. Passiviteit leidt volgens eutonisten tot een snelle genezing van pathologische aandoeningen. Een juiste afwisseling van adequate passiviteit en activiteit zorgt voor een optimale werking van het organisme en voor vloeiende bewegingen. Er zijn oefeningen uitgewerkt om deze passiviteit te leren. Verder zijn er concentratie-oefeningen, bewegingsoefeningen, houdingsoefeningen, ademhalingsoefeningen en methoden voor innerlijk onderzoek. In aanmerking voor deze methode komen, behalve de genoemde klachten, klachten die gepaard gaan met spanningen of die voortkomen uit spanningen.

Bewegingsexpressietherapie. Mensen zijn bewegende wezens. Er is de beweging van de ademhaling, van het hart en de bloedsomloop. Beweging is direct verbonden met onze emoties. Angsten en spanningen worden vanaf de allervroegste jeugd opgeslagen in het lichaam en soms ver weggestopt. Beweging kan de weg terug zijn naar afgesloten emotionele gebieden. Verbinding maken met het lichaam kan ook betekenen verbinding maken met de erin opgeslagen emoties. Vaak bestaat er daarbij een relatie tussen bepaalde bewegingsuitingen en emoties. Zo ziet men dat depressieve mensen vaak niet in staat zijn om plotseling krachtige bewegingen te maken en dat sub-assertieve mensen vaak kleine bewegingen maken en weinig ruimte nodig hebben. Bij bewegingsexpressietherapie kan gebruik worden gemaakt van dans, drama of mime, om het therapeutische doel te bereiken. Het werkterrein strekt zich uit van de geestelijke gezondheidszorg, speciaal onderwijs, geriatrie tot preventieve gezondheidszorg. De therapie kan individueel of groepsgewijs worden gegeven. Behandelingsdoelen kunnen zijn: stimuleren van ademhaling en beweging, bewustwording en verandering van belemmerende gedragspatronen/denkbeelden, het leren omgaan met pijnlijke emoties en conflicten. Er is een opleiding voor bewegingsexpressietherapie in Tilburg.

Danstherapie. Danstherapie is een vorm van psychotherapie die bewegingen gebruikt om een veranderingsproces op gang te brengen. Door het lichaam letterlijk weer ‘in beweging te brengen’ ontstaat opnieuw een dialoog met de omgeving, met anderen en met jezelf. Net als andere vormen van psychotherapie werkt danstherapie in op vaak diep weggestopte emoties op interne conflicten en verborgen verlangens die er uiteindelijk toe leiden dat er persoonlijke problemen ontstaan. In de reguliere therapie wordt hierover gepraat. Bij danstherapie is bewegen het uitgangspunt. De dans als geneesmiddel is bekend bij verschillende Afrikaanse culturen. De dansactiviteit is verbonden met het vrijmaken van energie, het één maken van geest en lichaam, het extatische beginsel, dat door beweging ontstaat. De toepassing van dans als therapie in het Westen is voor het eerst uitgewerkt door de Duitser Rudolf Laban (1879-1959). Hij ontwikkelde het denkbeeld van de volledige individualiteit van menselijke bewegingen en hield zich intensief bezig met de educatieve en therapeutische effecten van de dans. Hij stelde dat door de dans het evenwicht tussen lichaam en geest in gunstige zin kan worden beïnvloed. De dans geeft volgens Laban de mogelijkheid tot authenticiteit, bewustwording van lichaamsgevoel en individualiteit. Belangrijk is bij deze therapie, dat de patiënt als uniek individu wordt benaderd, met een eigen bewegingsenergie en bewegingsexpressie.

Behalve Laban zijn er ook andere therapeuten die de danstherapie vorm hebben gegeven. Zo wordt door sommigen het belang van het ritme bij het dansen benadrukt. Anderen wijzen op de mogelijkheden van de dans om contacten te leggen met anderen of om groepsgewijs activiteiten uit te voeren. Felicity Ling geeft twee psychologische grondslagen voor de dans als therapie: ten eerste is het opbouwen van een precies beeld over het eigen lichaam van belang voor de vorming van het lichaamsego; ten tweede vormt de non-verbale communicatie de meest authentieke uitdrukking van het menszijn. Bij psychische, psychiatrische, maar ook bij somatische stoornissen kan deze communicatie verstoord zijn.

Bewegingsexpressie kan mede een manier zijn om deze relatie te herstellen. Andere mogelijkheden van danstherapie zijn: emotionele ontlading, mogelijkheden voor het ontladen van de fantasie, het uiten van regressieve bewegingspatronen, het ervaren van tegenstellingen (open-gesloten, opgewonden-apathisch). Danstherapie wordt toegepast bij psychische spanningen, stress, angsten, gebrek aan zelfvertrouwen, psychiatrische stoornissen, maar ook bij motorische stoornissen bij kinderen. Danstherapie heeft duidelijke raakvlakken met muziektherapie. Een geheel eigen plaats heeft de danstherapie in de antroposofische geneeskunde, het sjamanisme, winti en de soefigeneeswijze. Ook zijn er specifieke danstherapieën voor vrouwen die hun eigen positieve vrouwbeeld willen ontwikkelen. Het beleven en uitdrukken van de eigen patronen als vrouw zowel in dans als gesprek staan centraal. De Maati-Maa (Egyptische godin van de ordening van de wereld) danstherapie voor vrouwen gaat uit van de choreografische dansmethode van prof. dr. R.E. Chavers. Hierin staat centraal het in het bewustzijn terugbrengen van de persoonlijke geschiedenis binnen de context van de culturele geschiedenis. Hiermee wordt bedoeld dat men de persoonlijke situatie leert zien in breder perspectief, men leert meer objectief naar zichzelf kijken. In deze vorm van danstherapie wordt niet gekozen voor een bepaalde dansstijl, maar men oefent om gevoelens, emoties, dromen, hoop en beelden bewust te maken en uit te drukken met het lichaam. Er is een opleiding voor danstherapie (methode Querido) aan de Hogeschool in Enschede.

Sacred dance. Sacred dance betekent heilige dans, waarbij ‘heilig’ de betekenis heeft van heelmakend, holistisch. Grondlegger van sacred dance zijn de Duitse prof. Bernhard Wosien en zijn dochter Gabriële. Dansen is een weg naar de stilte in jezelf, een meditatie. In de dans kan de mens lichamelijk tot uitdrukking brengen wat hem in zijn diepste wezen beweegt. Het is een mogelijkheid zich bewust te worden van de eigen heelheid. Pastoraal werker Jan Peynenburg zegt: ‘Dansen is het gebed van het lichaam.’ Dat lichaam en zijn sensitiviteit zijn door de eeuwen heen verwaarloosd door de kerken. Hij gebruikt sacred dance als onderdeel van de liturgische viering in de kerk. Sacred dance is een mengeling van meditatieve dansen en volksdansen, waarbij in principe alle muziek kan worden gebruikt. Wosien gebruikt vaak muziek van Vivaldi en Bach. In sacred dance worden zowel kring-, rei- als parendansen gebruikt. De meest voorkomende dansvorm is de gesloten kring, tegen de klok in. De linkerhand is de ontvangende (palm naar boven), de rechterhand de gevende (palm naar beneden). De symboliek houdt in dat de opkomende zon in het oosten tegemoet wordt gedanst. Via de linkerhand wordt het licht en de oerenergie ontvangen, met de rechterhand wordt die doorgegeven. Andere grondpatronen bij het dansen zijn de cirkel, de in- of uitdraaiende spiraal, stervormen, het kruis, de lemniscaat; zij symboliseren respectievelijk: de eeuwigheid, de groei/reis van de ziel, de zelfstandige mens, de verbinding tussen hemel en aarde, de dood en de wedergeboorte.

Akeru-ka. Dit is een Egyptische gevechtskunstmethode die is ontwikkeld door prof. dr. R.E. Chavers. Het is een methode waarin bewegingssoorten uit verschillende culturen worden geïntegreerd: boksen, worstelen, yoga-ademhaling, tantrische technieken, dansdrama, stem- en therapeutische technieken uit het sjamanisme. De methode is gericht op bewustwording en transformatie van negatieve a-culturele patronen (agressie, angst, passiviteit, destructie) naar nieuwe positieve patronen op basis van interculturele communicatie.

Stretching. Bij stretching en advanced stretching gaat men uit van de gedachte dat spieren en spiergroepen hun natuurlijke flexibiliteit hebben verloren door jarenlang verkeerd of onvoldoende gebruik, of door emotionele spanning of een verkeerde lichaamshouding. Bij stretching worden spieren en pezen zo volledig mogelijk tot de uiterste bewegingsmogelijkheid gebracht. Deze positie wordt enige tijd vastgehouden en wel zo lang tot de spanning in de gestrekte spier(en) afneemt. De positie van de uiterste bewegingsmogelijkheid is ook een rustpositie die de spier(en) de gelegenheid geeft de anti-strechreflex te overwinnen. Belangrijk is dat men zich zoveel mogelijk inleeft in de spier die wordt gestrekt om de rest van het lichaam zoveel mogelijk te ontspannen. Door stretching neemt stijfheid af en verbeteren de doorbloeding en de energetische balans.

Methode Mézières. De Française Françoise Mézières werd in 1910 in Hanoi geboren. Zij behaalde in 1939 een diploma bewegingstherapie. De basisideeën van de methode- Mézières berusten op een ‘natuurlijke’ waarneming van het lichaam. Een zestal punten wordt hierbij van belang geacht.

1. Het uitrekken van de achterste spieren. De spieren aan de achterzijde van het lichaam zijn te kort, te strak en te sterk. Zij moeten worden verlengd door ze zo ver mogelijk uit te rekken.

2. Strijden tegen een teveel aan kracht. Daarbij moet bij klachten niet gekeken worden naar de plaats van de stoornis, maar naar de totale opbouw van het lichaam.

3. Herstel van de ademhaling door de achterste spieren langer te maken, waardoor de blokkade van het middenrif wordt opgeheven.

4. Intens bewustzijn. De patiënt moet al zijn aandacht richten op wat hij voelt en doet.

5. Luie spieren moeten aan het werk worden gezet. 6. Geen enkele lichamelijke misvorming is onherstelbaar. De spieren zijn verantwoordelijk voor onze gestalte, onze schoonheid en onze lelijkheid. Deze kunnen we boetseren zoals we zelf willen. Françoise Mézières heeft een eigen school in Saint-Mons (Gers). Er zijn zo’n 600 mensen opgeleid volgens haar methode.

Ehrenfried-methode. De Duitse arts Louise Ehrenfried ontwikkelde een eigen methode voor houdings- en bewegingstherapie. De volgende punten vallen daarin op. Zij zegt, dat alle organen van het lichaam minder vlug verslijten, als zij ongehinderd kunnen functioneren. Louise Ehrenfried probeert haar leerlingen (patiënten) geen correcte houdingen voor te schrijven, maar hen zover te brengen, dat ze gevoel krijgen voor wat er zich binnenin hen afspeelt. Op grond hiervan kan ieder de meest optimale houding voor zichzelf vinden. Zij doet dan ook geen oefeningen voor, ieder moet zelf de beweging of houding vinden die bij hem/haar past. Louise Ehrenfried schenkt veel aandacht aan het evenwicht en aan de houding van het hoofd. Ook de ademhaling speelt een belangrijke rol. Door deze methode kan men leren ‘ingeslapen’ delen van de long te laten ontwaken. Een natuurlijke ademhaling geeft niet alleen veranderingen voor buik en borstkas, ook de psyche wordt hierdoor beïnvloed.

Ellé Foster-methode. Ellé Foster werd geboren in New Hampshire in de Verenigde Staten. Centraal in haar methode staat de zonnevlecht, de plexus solaris. De zonnevlecht is het centrum waar ademhalingsstelsel en spijsverteringsstelsel elkaar ontmoeten. Zij ziet dit centrum als de bron van houding en beweging. Fysiek is de zonnevlecht een dicht netwerk van zenuwknopen die alle behoren tot het vegetatieve zenuwstelsel. Psychisch gezien, stelt Ellé Foster, is de plexus solaris de zetel van onze emoties. De bewegingen vinden plaats als de spaken van een wiel vanuit de as (die gevormd wordt door de plexus solaris). Vanuit dit principe heeft zij allerlei oefeningen ontworpen en uitgewerkt, die ons bewust moeten maken van de instinctieve coördinatie vanuit dit centrum.

Schrijfbewegingstherapie. Er zijn verschillende benaderingsvormen. Binnen de (kinder) fysiotherapie is er veel aandacht voor deze therapie op basis van onderzoek van mevrouw D.C.M. Smit-Engelsman. Vanuit de grafologie is de methode volgens Heermann ontwikkeld. Schrijfproblemen kunnen bestaan uit: traagheid, vermoeidheid, kramp of pijn bij het schrijven. Ook onleesbaarheid kan het probleem zijn. De oorzaak kan liggen op neurologisch, gedragsmatig of emotioneel gebied. Ook de lichaamshouding kan een oorzaak vormen. De behandeling is niet gericht op een mooier handschrift maar op de ontwikkeling van een natuurlijke en spontane schrijfbeweging waarin het eigen ritme tot uiting komt. Het overwinnen van blokkades in de schrijfbeweging leidt tot een positieve invloed op het zelfvertrouwen, de motivatie en de concentratie.

Podotherapie. Podotherapie is sinds 1982 een officiële paramedische discipline. Podoposturale therapie en chiropodie (pedicure) zijn geen officiële paramedische beroepen. De podotherapeut werkt op verwijzing van de huisarts of specialist. Hij of zij houdt zich voornamelijk bezig met het toepassen van niet-operatieve correcties van voeten, nagels en tenen, met als doel een verkeerde stand te verbeteren. De podotherapeut begint met een uitgebreid voetenonderzoek om een beeld te krijgen van de oorzaak van de klachten. Dit onderzoek bestaat uit: onbelast onderzoek, staand onderzoek en een onderzoek van voeten tijdens beweging. Er worden daarbij afdrukken van de voet gemaakt, de voeten worden via podoscopie tijdens het belasten van de voetzool bekeken. De therapie bestaat uit één of meer van de onderstaande behandelingsmogelijkheden: verwijderen van eelt; behandelen van nagels en wratten; ontwerpen en vervaardigen van therapeutische hulpmiddelen die misvorming van voet, teen en nagel tegengaan en/of herstellen; ontwerpen en vervaardigen van flexibele inlegzolen, uit leer met kurk en/of schuimrubberelementen; ontwerpen en vervaardigen van teen- en nagelprothesen; vervaardigen en aanbrengen van nagelregulaties als therapie bij te sterk gebogen nagels; voorlichting over voethygiëne en goed schoeisel. Podotherapie wordt vergoed door de meeste ziektekostenverzekeraars. De opleiding voor podotherapie is gevestigd in Eindhoven. Het is een hbo-opleiding die drie jaar duurt.

Podoposturale therapie. Podoposturale therapie is een behandelingswijze waarbij klachten worden beïnvloed door middel van individueel aangemeten inlegzolen. De grondlegger van deze therapie is de Franse neuroloog dr. R.J. Bourdiol. De therapie berust op het verschijnsel dat elke afwijking van de stand van de voeten een standsafwijking hoger in het lichaam met zich meebrengt. Omgekeerd heeft elke houdingsafwijking een verandering van de voetstand tot gevolg. Deze stand- en houdingsveranderingen kunnen leiden tot diverse klachten, waaronder chronische knie-, heup-, rug- en nekpijnen. Men gaat uit van het principe dat er een evenwicht bestaat tussen deformerende krachten en reformerende krachten, die beide hun inwerkingen hebben op het bewegingsapparaat. De deformerende krachten worden bepaald door de ligging van de deelzwaartepunten van hoofd, borst en buik. De reformerende krachten worden geleverd door spieren en gewrichtsbanden. Zij dienen voldoende weerstand te bieden aan de zwaartekracht en de representanten ervan in het lichaam. Evenwicht tussen deformerende en reformerende krachten zorgt ervoor dat de mens op de meest economische wijze kan functioneren.

De diagnose houdt in: anamnese, lichamelijk onderzoek, beperkt neurologisch onderzoek en de podo-orthesiologische (podotherapeutische) analyse. Deze analyse houdt in:

a. palpatie van de wervelkolom en onderste extremiteiten;

b. onderzoek naar de statische en dynamische verhoudingen;

c. het maken van statische en dynamische podogrammen (voetafdrukken) en, indien nodig, orthostatigrammen van de voeten. De therapie bestaat uit het corrigeren van de lichaamshouding via de voeten. Dit gebeurt door een inlegzool, waarop een bepaald reliëf wordt aangebracht, zodanig dat dit inwerkt op de spierspoeltjes van de musculatuur. Al naargelang de plaats en de aard van het reliëf, gaat er een reflectoire, stimulerende of remmende invloed van uit. Op deze wijze is het mogelijk, niet alleen de voet maar ook de klachten voortkomend uit de wervelkolom te behandelen. De zooltjes hebben dus een neurofysiologisch effect dat resulteert in een houdings- en bewegingscorrigerende werking. Deze therapie wordt toegepast door mensen die de beroepsopleiding tot podoposturaal therapeut hebben voltooid. Het indicatiegebied is breed: hoofdpijn, migraine, nek-, schouder- en rugklachten, knie-, voet- en enkelklachten. 



Contact