Haptonomie

De tastzin bij Haptonomie 

In de ontogenese is de tast het eerste ‘zintuig’. Vanuit de tast zouden de andere zintuiglijke functies (proeven, ruiken, horen, zien) zich differentiëren en specialiseren. De tastzin vormt derhalve de basis van onze kennis van de wereld. Volgens de haptonomie kunnen mensen door middel van de tast onderscheiden wat goed of slecht is voor het zelfbehoud. Men verwijst daarbij naar de prilste vorm van leven, het eencellig organisme.

Dit organisme handhaaft zich door de aanwezigheid van een celwand. De kern is op te vatten als een elementaire egostructuur. De celwand fungeert als selectief doorlaatbare verbinding van het individuele leven met het milieu daarbuiten. De selectieve doorlaatbaarheid van de celwand, die enerzijds voedsel toelaat (te kwalificeren als goed) en anderzijds afval uitstoot (te kwalificeren als niet meer goed), is in wezen de oorspronkelijke functie van de tastzin. Hierin ligt het vermogen tot kennen en waarderen opgesloten.

De mens als verzameling van cellen 

De mens is te beschouwen als een verzameling van cellen. De huid die hem omringt, heeft de functie behouden van de oorspronkelijke celwand. De huid (de tastzin) staat in ‘doorlaatbare’ verbinding met de buitenwereld. Deze verbinding met de buitenwereld is de essentie van het begrip ontmoeting. De mens is voortdurend in ‘ontmoeting’, in relatie met de wereld. Hij/zij heeft daarbij het vermogen ontwikkeld zich open te stellen voor wat goed is voor zijn levensbehoud of zich af te sluiten voor wat levensbedreigend is. 

De tast is daarbij het elementaire zintuig dat ons in staat stelt te beoordelen of we ons moeten openen of afsluiten. De beweging van het openen en sluiten is het grondpatroon van de tast. De tastzin is daarmee de basis van onze communicatie en van ons overleven. De tastzin verbindt de mens met zijn wereld. Hij stelt de mens in staat de contacten met anderen te ordenen en te waarderen en een plaats te geven in het gevoelsleven. Daar de tastzin in het bijzonder in de huid als omhulsel van de lichamelijkheid is gelokaliseerd, ziet de haptonomie de mens als een lichamelijk, op zijn wereld betrokken wezen.

De functie van het lichaam 

Het lichaam geeft de mens de mogelijkheid handelend en voelend in de wereld te staan. De lichamelijkheid van de mens bepaalt en beperkt zijn/haar mogelijkheden. In zijn bezielde lichamelijkheid bewoont de mens de wereld. Daarmee bedoelt men dat de mens in staat is zijn lichamelijkheid te verlengen, uit te breiden en zich te verbinden met iets of iemand. 

Een voorbeeld hiervan is het typen. Iemand die kan typen neemt de machine in zich op. Het lichaam weet waar de letters zitten. De machine is een verlengstuk geworden van het lichaam. Ditzelfde geldt bijvoorbeeld voor het besturen van de auto. Tijdens het rijden verleggen we automatisch ons lichaamsschema naar de vier hoeken van de auto. We hoeven bij een wegversmalling niet eerst uit te stappen om de maat van de auto te vergelijken met de breedte van de straat. De haptonomie leert de mens zijn lichaamsgevoel uit te breiden. 

Het lichaam zijn in de Haptonomie 

In de haptonomie neemt men afstand van de objectiverende en technische benadering van het lichaam. Een mens heeft niet alleen een lichaam, een mens is tegelijkertijd zijn of haar lichaam, als een bezielde lichamelijkheid. Wanneer men het lichaam slechts ziet als object, gaat men voorbij aan de subjectieve beleving van het lichaam dat men is. De mens die men is, wordt dan in feite ontkend.

In de haptonomie spreekt men dan ook van de bezielde lichamelijkheid die het wezen van de mens toont. Vaak wordt de hand als voorbeeld hiervan genoemd. Objectief heeft een hand vijf vingers; de hand kan groot, beweeglijk of oud zijn. Tegelijkertijd is het een hand die bij een mens behoort. Het is een hand waarmee de mens kan arbeiden, koesteren, of die hij kan toereiken aan een ander. De hand die in zijn tactiel contact tederheid kan schenken en zo de mens bevestigt in zijn mens zijn.

De cerebrale dominatie in onze cultuur 

Verder wijst men in deze context op de cerebrale dominantie in onze cultuur. Men spreekt over het niet ophoudende denken en vraagt als tegenwicht aandacht voor het gevoelsleven. In deze door het denken overheerste samenleving wordt het lichaam technisch benaderd en technisch aangeraakt. De haptonomie benadrukt psychotactiel contact, waarbij het heelzijn van de mens wordt gerespecteerd.

De mens heeft het vermogen te zien, te ruiken, te proeven, te horen, te tasten en te voelen. De haptonomie is gericht op het bewust en zichtbaar maken van dit laatste vermogen, het gevoel. De haptonomie leert de mens om het ‘zintuig van de tast’ als gevoelsbeleving te herkennen, op te roepen en er vertrouwd mee te raken. De haptonomie richt zich daarbij op de natuurlijke wetmatigheden van de tastzin van de mens.

Een van deze wetmatigheden betreft de opvatting dat een goede ontwikkeling van de tastzin/het gevoelsleven zich niet enkel beperkt tot het tastbare en voelbare contact. Het strekt zich tevens uit tot elke menselijke ontmoeting. Voor een gezonde opbouw van het kunnen ontmoeten, is het noodzakelijk dat de mens als kind zich leert hechten. Voor de ontwikkeling van een evenwichtig hechtgedrag is het psychotactiele contact tussen moeder en kind essentieel. Wanneer de pasgeborene dit contact wordt onthouden, is het kunnen ontmoeten van de ander en het opbouwen van een duurzame relatie niet goed mogelijk. 



Contact