Bio-elektrische therapie

Elektro-acupunctuur. De therapie begint met het normaliseren van de totale energiehuishouding. Bij een tekort aan energie voert men een stroom met lage frequentie en lage intensiteit toe. Bij een teveel aan energie gebruikt men een sterke kortdurende prikkel (hoge frequentie en hoge intensiteit). Wanneer de totale energiehuishouding op een juist niveau is gebracht, worden de punten behandeld die tijdens de diagnostiek een afwijkende waarde vertoonden. De patiënt voelt zich na deze behandeling direct beter. Na de behandeling kan men controleren of de therapie is aangeslagen en juist is gedoseerd door een waardebepaling van het desbetreffende punt uit te voeren. Geeft deze de waarde 50 microampère aan, dan betekent dat, dat het energetisch evenwicht in het desbetreffende orgaan is hersteld. Het gelukt niet altijd deze stand te bereiken. In zo’n geval heeft men te maken met een chronisch proces, waardoor het weefsel irreversibele veranderingen heeft ondergaan. Dood weefsel kan niet in functie worden hersteld. Het bezwaar van deze therapie is, dat de behandeling vaak moet worden herhaald.

Nosodentherapie. Om tot een klinische diagnose te komen wordt gewerkt met nosodendiagnostiek. Nosoden (Grieks: nosos = ziekte) zijn preparaten, die gemaakt zijn van gesteriliseerde uitgangsproducten van secreten, excreten, gedode bacteriecultures, sera en vaccins. Deze preparaten worden op een homeopathische manier verdund. Met behulp van deze preparaten kan precies worden nagegaan wat de aard is van de aandoening waaraan de patiënt lijdt. Door het normaliseren van de meetwaarden en het verdwijnen van de Zeigerabfall als de patiënt de nosode in de hand neemt die overeenkomt met zijn aandoening, kan de diagnose worden gesteld. Men kan daardoor vaak de dieper gelegen oorzaak diagnosticeren en daarop gericht inwerken. In de elektro-acupunctuur wordt vaak de voorkeur gegeven aan nosodentherapie boven elektrische therapie. Met behulp van nosoden is het mogelijk ziekte met de eigen ziekteproducten te behandelen (zie ook het hoofdstuk Homeopathie). Door gebruik van deze preparaten is precies na te gaan wat de aard is van de aandoening waaraan de patiënt lijdt. Daarmee is ook meteen de therapie bekend. De therapeutisch toe te passen nosode kan worden ingenomen of per injectie worden toegediend. Nosoden worden ook veelvuldig toegepast als vrijmaker van toxinen. Met behulp van een nosode kan men met elektro-acupunctuur uitmaken of het organisme belast is met toxinen van eerder doorgemaakte infecties. Deze toxinen hebben een zeer negatieve invloed op het herstelvermogen van het basisbioregulatiesysteem. Nosoden maken de toxinen los. De therapie bestaat dan uit het innemen van de nosode en het gebruik van een drainagemiddel (homeopathisch middel) om de uitscheiding van toxinen te activeren. De patiënt is dan weer therapie-toegankelijk geworden.

Moratherapie. De naam van de therapie is afkomstig van de eerste twee letters van de namen van de Duitse huisarts Franz Morrell en de ingenieur Erich Rasche. Samen ontwikkelden zij het apparaat dat voor deze therapie wordt gebruikt en dat ook bekendstaat onder de naam acupunctuur-kleurentherapie. Bij de moratherapie gaat men ervan uit dat alle materie in trilling is en een bepaalde karakteristieke frequentie bezit. Het frequentiepatroon van de mens zou onder andere afhankelijk zijn van ziekte en gezondheid. In de morabenadering dient het eigen frequentiepatroon van de mens als uitgangspunt voor de therapie. Dit patroon is uniek voor iedere persoon en voor iedere ziekte. Het apparaat ontvangt via op het lichaam geplaatste elektroden elektromagnetische trillingen, die in het apparaat worden gescheiden in harmonische (fysiologische) en disharmonische (pathologische) trillingen. De harmonische trillingen worden vervolgens teruggevoerd naar de patiënt, terwijl de disharmonische component met behulp van een omkeerschakeling wordt omgepoold en daarna ook naar de patiënt wordt teruggevoerd. Met de moratherapie probeert men met patiënteigen trillingen het basisbioregulatiesysteem te ondersteunen.

Bio-resonantietherapie. Deze therapie, ook wel BICOM-therapie genoemd, is in 1987 geïntroduceerd door het ‘Institute for regulative medicine’. Men werkt met het zogenaamde BICOM-apparaat en gebruikt daarbij de eigen laag-energie bio-informatie van de patiënt. Het is een benadering die voortbouwt op de moratherapie.

Endogene endocrinotherapie. Onder endogene endocrinotherapie verstaat men het gebruik van door de patiënt zelf gemaakte hormonen bij de therapie van zijn ziekte. Dit in tegenstelling tot de exogene endocrinotherapie, die dierlijke of synthetische hormonen toepast. Ziekten zijn volgens deze opvattingen het gevolg van twee factoren: de eerste factor is een overmaat aan hypofysair hormoon en de tweede factor is het bestaan van een orgaan of weefselsysteem dat is gepredisponeerd om te worden beschadigd.

Aan deze ‘zwakste plek’ in het lichaam, een minderwaardige aanleg van een orgaan of weefselsysteem, is bij de huidige stand der geneeskunde niets te doen. Wel kan men werken aan de andere factor, namelijk het teveel aan hypofysair hormoon. De endogene endocrinotherapie onderscheidt de verschillende hormonen die door de hypofyse worden geproduceerd, in versnellend hormoon (geproduceerd door de eosinofiele cellen, onder andere thyreoïd-stimulerend hormoon) en vertragend hormoon (geproduceerd door de basofiele cellen, onder andere follikel-stimulerend hormoon). Het versnellend en vertragend hormoon zijn elkaars antagonisten. Men stelt dat er bij 80% van alle mensen een disfunctie bestaat van de hypofyse. Deze disfunctie komt tot uiting door een overproductie van óf het versnellend óf het vertragend hormoon. Deze disfunctie leidt bij sommige mensen tot ziekte van dat orgaan, dat door predispositie de zwakste schakel is. Andere mensen zullen pas later hinder ondervinden van de overproductie van het hypofysehormoon. 

Spectroreductometer 

Er is nu een spectroreductometer ontwikkeld, waarmee op basis van de reductietijd van het HbO2 in de erytrocyt de mate van disfunctie van de hypofyse is te bepalen. De reductietijd die men aan het begin van het onderzoek opneemt (initiaal getal), is bij een normale hypofyse 25 seconden. Bij een disfunctie van de hypofyse (overproductie van een hormoon) is de reductietijd korter, namelijk 20 seconden. De behandeling bestaat uit het toepassen van een kortegolfapparaat (hoogfrequente stromen van geringe intensiteit). Met deze stromen worden in de cellen van de hypofyse zodanige veranderingen teweeggebracht, dat de hormonen met elkaar in evenwicht komen. Dit noemt men normalisatie van de hypofyse. Bij hyperfunctie van de eosinofiele cellen (versnellend) behandelt men de hypofyse en de geslachtsklieren. Bij hyperfunctie van de basofiele cellen (vertragend) behandelt men de hypofyse en de schildklier. Ook de regulatiecapaciteit van het basisbioregulatiesysteem zou worden geoptimaliseerd. Bij de doorstroming van korte golven wisselen de elektroden steeds van lading. Per seconde wordt een elektrode 60 miljoen keer omgepoold. Dat betekent dat de verschillende moleculen van de behandelde cellen van hypofyse en andere klieren hetzelfde aantal per seconde een draaiing van 180° maken. Dit heeft een normaliserend effect op de hypofyse, en de aandoening herstelt. Het effect is te meten met een spectroreductometer. De aanvankelijke uitslag van een disfunctionerende hypofyse (20 seconden) wordt na behandeling normaal (25 seconden). Na een behandeling van drie maanden (elke dag) ziet men, dat de reductietijd normaal blijft (25 seconden). Daarna dient men minder frequent te blijven normaliseren.

Indicaties voor deze therapie zijn: kanker, allerlei inwendige ziekten en verder de meest uiteenlopende ziekten. Ook is het kortegolfapparaat preventief toe te passen. De endogene endocrinotherapie is een ontdekking van de arts Samuels, vandaar de soms gebezigde naam voor deze behandelingsvorm, Samuelstherapie. Samuels is in Nederland vanwege zijn medische praktijken uit het artsenambt gezet. De behandeling, ook wel kortegolf-therapie genoemd, die aanvankelijk verdwenen leek, krijgt de laatste jaren weer meer aandacht in Nederland, maar vooral in Engeland.

Bio-oscillatietherapie/Lakhovsky-therapie. In 1934 vestigde Georges Lakhovsky, een Fransman van Russische geboorte, de aandacht op een nieuwe visie op gezondheid en ziekte. Hij beschouwde de kern van de cel als een hoogfrequent oscillerend circuit, waarbij elke cel een oscillator is met een eigen trillingsfrequentie. Hij veronderstelde, dat de kleine kronkelige structuren in de celkern de bron waren van de elektrische oscillatie en dat de cellulaire oscillatie wordt onderhouden door kosmische straling die door de celstructuren wordt opgevangen. Gezondheid is volgens Lakhovsky een harmonieuze cellulaire oscillatie; bij ziekte is deze oscillatie verstoord. Lakhovsky ontwierp een apparaat (200.000 volt, 100-3000 mHz) waarmee hij de cellulaire oscillatie kon beïnvloeden. Het oorspronkelijke apparaat (de multiplegolf oscillar) bestond uit twee grote spoelen waartussen hij een elektromagnetisch veld opbouwde. Tegenwoordig zijn er veel handzamere apparaten, waarmee bepaalde delen van het lichaam tot een gezonder trillingspatroon kunnen worden gebracht. Deze therapie lijkt eveneens in staat het basisbioregulatiesysteem te stabiliseren. De behandeling duurt vijftien minuten per dag. Indicaties zijn: hypertensie, staar, astmatische bronchitis, allergie, obstipatie en in principe vrijwel alle andere aandoeningen. De therapie is ook wel bekend onder de namen: multiwave oscillator (MWO) en magnetische golftherapie.

Elektro-slaaptherapie. Deze therapie wordt uitgevoerd met een apparaat met geringe stroomsterkte (0,4-1,0 milliampère) en 10 tot 200 Hertz. De stroom wordt toegediend door vier elektroden, die op de ogen en het achterhoofd worden aangebracht. Bij juiste instelling ervaart de patiënt een licht prikkelend gevoel; soms neemt men (achter gesloten ogen) ook enige lichteffecten waar. Het effect van de therapie is niet dat men in slaap valt, maar doezelig wordt en een gevoel van ontspanning krijgt. De behandelingsduur is een halfuur, soms dagelijks, meestal met grotere tussenpozen. Bij de bespreking van de overige bio-elektrische therapieën kan een verdeling gemaakt worden in behandelingen met laagfrequente en met hoogfrequente stromen. De laagfrequente stromen kunnen verdeeld worden in faradische stromen en galvanische stromen. Alle hierna genoemde behandelingsvormen lijken een duidelijk effect te hebben op het basisbioregulatiesysteem. De faradische stromen zijn genoemd naar Michael Faraday (1791-1861). Het is een laagfrequente wisselstroom met een lage spanning (40-60 V). De volgende therapievormen worden met deze faradische stroom uitgevoerd:

Elektrostimulatie. Deze therapievorm kan met gewone faradische stroom worden uitgevoerd of met behulp van de faradische zwelstroom. Bij de zwelstroom wordt de prikkelhoogte langzaam opgevoerd en deze ook weer geleidelijk afneemt. Het doel van deze behandeling is het prikkelen van niet-paretische spieren, bijvoorbeeld om spierverval bij een gipsverband te verminderen.

Diadynamische stroomDeze in de fysiotherapie veelvuldig gebruikte behandelingsvorm kan op verschillende wijzen worden toegepast. Het is een enkelfasig, dubbelfasig of gelijkgerichte wisselstroom. Men gebruikt twee elektroden, die via een sponzen omhulling tegen het te behandelen lichaamsdeel worden gehouden. De behandeling wordt toegepast voor pijnstilling, verbetering van circulatie of tonisering.

Interferentie. Ook deze therapievorm wordt veelvuldig gebruikt in de fysiotherapiepraktijk. Er wordt gewerkt met een superpositie van twee middenfrequente sinusvormige wisselstromen met verschillende frequenties. Er treedt een voortdurende faseverschuiving op, waardoor de twee stromen elkaar beurtelings versterken en opheffen. Dit toe- en afnemen van de versterking gebeurt met een bepaalde frequentie. Dit wordt interferentie genoemd. De behandeling wordt toegepast voor pijnstilling, circulatiebevordering en prikkeling van zenuwen. De galvanische stroom is genoemd naar de Italiaanse natuurkundige en medicus Luigi Galvani (1737-1795). Galvanische stroom is een laagfrequente gelijkstroom met een lage spanning (40-60 V). De volgende therapievormen worden met deze galvanische stroom uitgevoerd:

Continue galvanisatie. Deze behandelingswijze wordt uitgevoerd met twee plaatelektroden. De positieve pool zou een pijnstillende werking hebben en de negatieve pool een prikkelende werking. De therapie is geïndiceerd bij brachialgie, ischialgie en trigeminusneuralgie.

Hydro-elektrische baden. Door deze baden wordt een continue galvanische stroom geleid van 300 tot 3000 ampère. De baden zijn vervaardigd van niet-geleidend materiaal (glas, hout, geglazuurd aardewerk). De stroom wordt langzaam opgevoerd. Daarbij moet men bedenken, dat slechts eenderde van de stroom door het lichaam gaat, daar water beter geleidt dan het lichaam. Door het (ver)plaatsen van de elektroden bepaalt men de stroomrichting. Het meest bekende hydro-elektrische bad is het Stangerbad (zie hoofdstuk Kuuroorden/hydrotherapie). Verder kent men als hydro-elektrisch bad het viercellenbad en het tweecellenbad. Hierbij worden vier, respectievelijk twee ledematen geplaatst in aparte kuipen. De elektroden kunnen in verschillende combinaties worden aangesloten. Indicaties zijn: circulatiestoornissen, huidontstekingen, myalgieën, neuralgieën, pijnlijke gewrichten en slappe paresen.

Iontoforese. Dit is de transcutane toediening van medicamenten door galvanische stroom. Positief geladen ionen brengt men onder de positieve pool. Deze worden dan afgestoten en trachten via het weefsel de negatieve pool te bereiken. Het omgekeerde geldt voor de negatieve ionen. Indicaties zijn onder andere: bursitis met 2% novocaïne onder de positieve pool, littekens of keloïd met 3% hyaluronzuur onder de positieve pool. In de schoonheidsbehandeling wordt eveneens gebruikgemaakt van iontoforese om enzymen in het lichaam te brengen en om onderhuids vet te verspreiden.

Elektrostimulatie. Dit kan plaatsvinden met onderbroken galvanische stroom (de elektrode wordt op de plaats gezet waar de zenuw de spier binnengaat; er volgt een isotone contractie) of met insluipende gelijkstroom (dit geeft de mogelijkheid om selectief paretische spieren te prikkelen).

Galvanotherapie. Deze therapie, die men zonder professionele tussenkomst thuis kan toepassen, is gebaseerd op de ideeën van de fysicus en Nobelprijswinnaar Wilhelm Ostwald (1853-1932). Hij stelde, dat ziekte een stoornis is van de elektrische processen in het lichaam en dat deze stoornissen door inwerking van elektrische stroom kunnen worden overwonnen. Men gebruikt voor de therapie apparaten op batterijen met een zo zwak mogelijke stroom (maximaal 4 milliampère), daar deze stroomsterkte het meest de elektrische eigenschappen van het lichaam benadert. De galvanotherapie, vaak ook moseren genoemd (naar het meest gebruikte apparaat, het Moser-apparaat), wordt meestal toegepast voor het gehele lichaam. Daartoe verbindt men de twee elektroden respectievelijk met de nek, de handen of de voeten. Het apparaat kan zittend, liggend of in bad worden aangesloten. Men maakt onderscheid tussen een opwaartse (min-pool in de nek, plus-pool aan de voeten) en een neerwaartse (plus-pool in de nek, min-pool aan de voeten) stroomrichting. De opwaartse richting heeft een stimulerend effect, de neerwaartse een kalmerend. Geadviseerd wordt de therapie driemaal daags vijf tot tien minuten toe te passen. Ook afzonderlijke lichaamsdelen worden ‘gemoserd’. Indicaties zijn: astma, migraine, ischias, slapeloosheid, gewrichtsklachten, nervositeit, ouderdomsklachten. Wat betreft therapieën met hoogfrequente stroom (minimaal 100.000 Hz, hoge spanning, geringe stroomsterkte) kunnen genoemd worden:

Diathermie. Deze therapie, die wordt gevormd door toedienen van hoogfrequente stroom met hoge spanning en geringe stroomsterkte, is min of meer verdrongen door de ultra-kortegolftherapie.

Ultra-kortegolftherapie. Ook deze wordt in de fysiotherapie frequent toegepast. Het te behandelen lichaamsdeel wordt tussen twee elektroden geplaatst. Bij oppervlakkige aandoeningen wordt een monode gebruikt. Men stelt dat, hoe korter de golflengte is, des te groter de dieptewerking is. Door de therapie treedt vasodilatatie op, waardoor de circulatie wordt bevorderd en een gevoel van warmte ontstaat. Er wordt gebruikgemaakt van continue en van pulserende ultra-kortegolftherapie (dan spreekt men van gepulste hoogfrequenttherapie). Er zijn apparaten in de handel met een nog kortere golf, de microgolfapparaten. Indicaties zijn: perifere vaataandoeningen (ziekte van Raynaud), neuralgieën, myalgieën, reumatische klachten, periartritis humeroscapularis, distorsie, luxatie, verrekking.

Transcutane zenuwstimulatie (TENS). Deze afkorting staat voor Transcutaneous Electrical Nerve Stimulation. De methode die in 1968 voor het eerst werd beschreven door Sweet en Wepsig behelst het brengen van elektrische impulsen van laag voltage op de huid. De (meestal) twee elektroden worden geplaatst op de zenuwstreng welke het pijnlijke gebied innerveert of op het pijnlijke gebied zelf. Plaatsing op acupunctuurpunten wordt eveneens toegepast. Er zijn vele apparaten in omloop. Het werkingsmechanisme is in principe gelijk. De stimuli variëren in frequentie, puls, vorm en amplitude. Patiënt en behandelaar kunnen deze grootheden door het draaien aan knopjes variëren. Wat betreft de frequentie kan worden gezegd dat de lage frequenties (2-5 Hz) worden gebruikt in de elektro-acupunctuur en bij patiënten met perifere circulatiestoornissen en musculaire dystrofie. De hogere frequenties (50-70 Hz) past men toe bij de chronische pijnbestrijding (postoperatieve pijn, chronische pijn). De patiënt heeft dan zelf een dergelijk apparaatje tot zijn/haar beschikking. Het kan continu worden gebruikt. Het pijnstillend effect zou kunnen worden verklaard vanuit vrijkomende endorfines na stimulatie. Er is ook een apparaatje (pain-gone-pen/pijnpen) in de handel, ter grootte van een pen.

APS (Actie Potentiaal Simulatie). Actie Potentiaal Simulatie is een elektro-therapeutische behandelwijze die valt onder de noemer van Microstroom Elektrische Therapie (MET). Daarbinnen onderscheidt het zich door gebruikmaking van gelijkstroom en een impuls die identiek is aan de actiepotentiaal die van nature voorkomt in het menselijk zenuwstelsel. De gelijkstroom zorgt dat na behandeling een netto lading op de behandelde plek in het lichaam achterblijft; een elektrische lading die weefselherstel bevordert. De micro gelijkstroom (optimum 500-800 ua) toegepast bij APS-therapie, resulteert in een verhoogde H+ concentratie in het weefsel waardoor de aanmaak van ATP (adenosine trifosfaat, een enzym dat belangrijk is voor de energiehuishouding in het lichaam) wordt gestimuleerd. Door de APS-therapie neemt ook het aminozuurtransport toe (Ngok Cheng, 1982). Toename van ATP en aminozuurtransport resulteert in verhoging van de eiwitsynthese. Dit zou het therapeutisch effect verklaren van APS op wondgenezing en weefselherstel. APS wordt echter vooral toegepast bij de bestrijding van pijn. Het pijnstillend effect zou worden verklaard door een toename van bèta-endorfine (van Papendorp, 2000). APStherapie zou bij een aantal indicaties een beter effect hebben dan een TENS-apparaat. De therapie wordt toegepast bij artrose, reuma, fibromyalgie en andere chronische pijnen. Ook (sport)blessures vormen een indicatiegebied. APS-therapie wordt toegepast door een 200-tal therapeuten in Nederland. Het apparaat is echter ook door de patiënt zelf toe te passen met behulp van de instructie. Hierna volgt nog een drietal therapieën welke niet geheel passen binnen de bio-elektrische therapieën. Omdat ze wel aansluiten bij de apparatieve methoden en bij het basisbioregulatieconcept worden ze op deze plaats besproken.

Ultrasone therapie. Deze therapie wordt ook wel geluidstherapie, ultrageluidstherapie of ultrasone massage genoemd. Men maakt gebruik van de mechanische energie van geluidstrillingen met een frequentie van 1 miljoen tot 3 miljoen Hertz. De trillingen ontstaan doordat door wisselspanning een kristalplaatje in trilling wordt gebracht. Aangezien de trillingen niet door lucht worden geleid, wordt tussen de trillingskop en de huid een gel aangebracht. De trillingskop wordt door de therapeut met lichte druk over de huid bewogen. Er is een behandelingsvorm met continue en een andere met intermitterende ultrasone trillingen. De plaats waar de geluidsgolven worden toegevoerd, kan zijn in het verloop van een zenuw of van de sympathische grensstreng en de Headse zones. Bij behandeling van tenen, vingers en contracturen wordt ook wel onder water gewerkt. Hoogfrequente geluidsgolven (ultrasone golven) kunnen worden toegepast vanwege hun warmte-effect, analgetisch effect en mechanisch effect (micromassage). Ultrasone therapie heeft vooral invloed op het onderhuidse bindweefsel. Gunstige beïnvloeding van het basisbioregulatiesysteem wordt dan ook vermeld. Indicaties zijn: acute letsels, reumatische klachten, neuralgieën, neuritiden, myalgieën, epicondylitis, periartritis, Dupuytren, ulcera. In ziekenhuizen worden ultrasone golven ook gebruikt als vorm van diagnostiek om allerlei structuren zichtbaar te maken. Ook wordt met ultrasone trillingen een soort iontoforese toegepast, fonoforese genaamd. 

Sonotherapie. Sonotherapie is een methode waarbij men geluidsgolven in een lage frequentie via de voetzolen van de te behandelen patiënt het lichaam instuurt. De methode, die is ontwikkeld door de Hongaarse jurist/uitvinder Miklos-Szecheo, is in 1989 in Nederland geïntroduceerd door de eveneens Hongaarse natuurgenezer Lajos Nagy. Het zou een onschadelijke en relatief goedkope methode zijn ter behandeling van vaatvernauwin (arteriosclerose). Bovendien zou het resultaat blijvend zijn. De geluidsgolven ontdooien de plaques (vetaanslag) in de bloedbaan. De wetenschappelijke verklaring van het werkingsmechanisme van de geluidsgolven ontbreekt. Wel is er door Dankmeyer (1990) een dubbelblind onderzoek gedaan naar het effect van deze therapie onder 41 patiënten. De resultaten van het onderzoek waren positief. De doorstroming van de grote bovenbeenader was bij de onderzoeksgroep significant verbeterd in vergelijking met de controlegroep. Ook de loopafstand was bij de behandelde groep duidelijk toegenomen terwijl die in de controlegroep was afgenomen. Sonotherapie bestaat uit zestig behandelingen (vijf- tot zesmaal per week) gedurende vijftien minuten, waarbij voor elke persoon bij elke behandeling de frequentie, de tijdsduur, de intensiteit en de vorm van de geluidsgolven wordt vastgesteld. Het apparaat waarmee men behandelt, heet Sonomat 3000. Indicaties zijn: claudicatio intermittens, gangreen, ulcus cruris, duizeligheid, oorsuizen, coronaire hartklachten, ziekte van Raynaud en ziekte van Buerger.

Ionisatietherapie. In de lucht worden voortdurend moleculen geïoniseerd in negatief of positief geladen luchtdeeltjes. Dit gebeurt door natuurlijke bronnen, zoals de zon, de bliksem, watervallen, achtergrondstraling en dergelijke. In zuivere lucht op het platteland blijken de negatieve ionen te overheersen. In stadslucht en in de lucht van airconditioned en centraal verwarmde gebouwen overheersen de positieve ionen. Ook ziekteverschijnselen, die verergeren of ontstaan door weersveranderingen, zouden te maken hebben met een toename van het aantal positieve ionen in de lucht. Een overmaat van positief geladen ionen veroorzaakt rusteloosheid, een benauwd gevoel en neerslachtigheid. Gezondheid en ziekte worden volgens deze opvattingen beïnvloed door de verhouding tussen negatieve en positieve ionen in de lucht. Een licht overwicht van negatieve ionen zou de meest gunstige conditie scheppen voor de mens.

De ionentheorie zou ook de verklaring kunnen zijn van het gezonde effect van bepaalde grotten, bronnen en van berg- en zeelucht. Onderzoek heeft aangetoond dat door negatieve ionen de hartslag en bloeddruk worden verlaagd, de vermoeidheid afneemt, het concentratievermogen toeneemt, de hoeveelheid ingeademde lucht wordt vergroot, de endocriene klieren worden gestimuleerd, de alfa-activiteit van de hersenen toeneemt en dat er een anti-serotonineeffect wordt opgeroepen. De werking zou vooral van invloed zijn op het autonome zenuwstelsel. Er zijn apparaten in de handel die negatieve ionen afleveren (technische gegevens: 220 volt; 0,5 W; emissievermogen driemaal 109 ionen per seconde).

De ionen worden gevormd door een reeks elektroden in de opening van een ionisator te plaatsen. Het corona-effect van deze elektroden ioniseert de lucht. De positieve ionen worden door de elektrodepunten geneutraliseerd, terwijl de negatieve ionen de opening met grote snelheid verlaten. Men plaatst de ionisator vlakbij (op ongeveer 150 cm van de plaats waar men werkt of zit). Ook kan de ionisator op een bepaald lichaamsdeel worden gericht voor een lokale therapie (eczeem, sinusitis, wratten, brandwonden). Indicaties voor algemene toepassing zijn: hoge bloeddruk, depressie, astma, bronchitis, hoofdpijn, migraine, hooikoorts, slapeloosheid, pijn, angst en concentratiestoornissen. In Amerika is de ionisator verboden door de Food and Drugs Administration vanwege het feit dat de eerste apparaten die op de markt kwamen, het giftige ozon als bijproduct produceerden. In Duitsland is er een aantal aerosol-klinieken, in Rusland wordt ionentherapie op grote schaal toegepast. 



Contact